CTA arrow

Operatie aan de dikke darm

Naar het overzicht van behandelingen

Waarom een dikke darm operatie?

Er zijn twee soorten afwijkingen van de dikke darm waarvoor een operatie nodig kan zijn: ontstekingen en gezwellen. Bij ontstekingen hangt het van de ernst en de soort van ontsteking af welke operatie nodig is. Bij een gezwel is de soort operatie vooral afhankelijk van de aard van het gezwel (goedaardig of kwaadaardig) en de plaats waar het zit in de dikke darm. Naast deze aandoeningen zijn er ook nog andere zeldzame afwijkingen, waarvoor een dikke darm operatie nodig kan zijn.

Klachten bij afwijkingen dikke darm

De klachten die bij afwijkingen aan de dikke darm optreden, zijn sterk afhankelijk van de aard en de plaats van de afwijking. Mede daardoor is het klachtenpatroon zo wisselend. Klachten die kunnen optreden zijn onder andere:

  • Bloedarmoede.
  • Veranderingen in de regelmaat van de stoelgang.
  • Verstoppingen of afwisselend verstopping en dan weer diarree.
  • Bloed of slijm bij de ontlasting.
  • Het gevoel ontlasting te moeten krijgen, terwijl er niets of niet veel komt.

Diagnose darmafwijking

De diagnose 'darmafwijking 'wordt gesteld aan de hand van de aard van de maagklachten en aanvullend onderzoek. De soort aandoening bepaalt welk aanvullend onderzoek nodig is en door wie dat wordt verricht. Mogelijke dikke darm onderzoeken zijn:

  • Lichamelijk en inwendig onderzoek: naast het beluisteren en het bevoelen, verricht de arts ook een inwendig onderzoek via de anus.
  • Endoscopie: met een flexibele kijkbuis wordt of een gedeelte van de darm (sigmoïdeoscopie) of de gehele dikke darm (coloscopie) bekeken. Hierbij worden vaak weefselmonsters (biopten) genomen voor onderzoek.
  • Coloninloop foto: hierbij wordt via de anus contrastvloeistof ingebracht, waarmee het verloop en de contour van de dikke darm kan worden afgebeeld op röntgenfoto’s.
  • CT-scan: met behulp van een computer worden in een serie gemaakte röntgenfoto’s bewerkt tot een speciaal beeld.
  • Echo: een eenvoudig onderzoek, waarbij gebruik gemaakt wordt van geluidsgolven, waarmee beeldvormend onderzoek kan worden verricht.

Voorbereiding op de dikke darmoperatie

Afhankelijk van de situatie, het ziekenhuis en de voorkeur van de chirurg wordt voor de operatie de darm leeggemaakt. Dat kan met laxeermiddelen, al dan niet met een endeldarmspoeling (clysma) of door de darm volledig te spoelen (lavage). Als er een ernstige verstopping is of acuut geopereerd moet worden, kan dit leegmaken van de darm niet plaatsvinden. Bij een operatie aan de dikke darm krijg je antibiotica om infecties zo veel mogelijk te voorkomen. Voor een darmoperatie wordt de beharing van de buik en ook vaak van de schaamstreek weggeschoren.

De operatie aan de dikke darm

Er zijn veel soorten operaties mogelijk aan de dikke darm. De chirurg zal met je bespreken welke operatie bij jou zal worden uitgevoerd. Soms is het nodig bij een dikke darmoperatie een stoma (darmuitgang op de buik) aan te leggen. Dit stoma kan tijdelijk of blijvend zijn. 

Voor een operatie aan de dikke darm moet je worden opgenomen in het ziekenhuis. De operatie wordt verricht onder algehele anesthesie, soms aangevuld met een verdoving via een prik in de rug. De soort operatie is afhankelijk van de oorzaak van de afwijking en de plaats van de afwijking in de dikke darm. Hoe lang zo'n operatie duurt zal afhangen van de omstandigheden, maar meestal duurt dit langer dan 2 uur.

Anastomose

Nadat het aangedane darmdeel is verwijderd zal men altijd proberen de resterende darmdelen weer met elkaar te verbinden. Een dergelijke verbinding noemt men een anastomose. Bij een gezwel of ontsteking (diverticulitis) in het laatste deel van de dikke darm of in het bovenste deel van de endeldarm kan de situatie zodanig zijn dat het niet altijd mogelijk is om de resterende darmdelen weer met elkaar te verbinden. Het deel van de darm waarin zich het gezwel of de ontsteking bevindt, wordt dan verwijderd. Het onderste uiteinde van de darm wordt dan gesloten en van het bovenste uiteinde maakt de arts een (vaak tijdelijke) stoma. Zit de afwijking heel laag in de darm, nabij de anus, dan kan het zijn dat er geen anastomose meer gemaakt kan worden, omdat ook de anus moet worden weggenomen. In dat geval moet er een eindstandig en blijvend colostoma worden aangelegd. 

Mogelijke complicaties bij een operatie aan dikke darm

Geen enkele operatie is zonder risico's. Zo is er ook bij operaties aan de dikke darm de normale kans op complicaties aanwezig. Enkele complicaties bij operatie aan de dikke darm zijn:

  • Wondinfecties. Deze komen vaker voor dan gewoonlijk en geven aanleiding tot een vertraagde wondgenezing. In bepaalde situaties wordt de huid na een dikke darm operatie soms opengelaten om wondinfecties te voorkomen.
  • Een lekkage van de darmnaad (de anastomose). Vaak moet in geval van zo'’n ernstige complicatie een nieuwe operatie volgen, waarbij de anastomose wordt losgemaakt en een stoma wordt aangelegd.
  • Impotentie. Bij mannen, die een uitgebreide endeldarmoperatie hebben ondergaan, treedt soms impotentie op. Soms is het niet te vermijden dat bij dit soort operaties de zenuwen naar de geslachtsdelen en blaas worden beschadigd. Ook kan als gevolg van enige zenuwschade een blaasontledigingsstoornis optreden. Gelukkig zijn dergelijke stoornissen op dit gebied ook wel eens van tijdelijke aard.

Na de operatie aan de dikke darm

Direct na de operatie aan de dikke darm ben je door een aantal slangen verbonden met apparaten. Dat kunnen zijn:

  • Één of twee infusen voor vochttoediening.
  • Een dun slangetje in je rug voor pijnbestrijding.
  • Een sonde door je neus, die via de slokdarm in de maag ligt en ervoor zorgt dat het overtollige maagsap wordt afgezogen.
  • Een drain in je buik voor afvoer van eventueel bloed en inwendig wondvocht.
  • Een blaascatheter voor afloop van urine.

Al naar gelang je herstel na de operatie worden al deze hulpmiddelen een voor een verwijderd. In de loop van de dagen na de operatie gaat het drinken geleidelijk aan beter. Ook ga je geleidelijk over weer op vaste voeding over. Daar is echter geen vast schema voor. Je krijgt de eerste dagen drinken en eten naarmate je  maagdarmstelsel kan verdragen.

Weer naar huis

Als alles goed gaat kun je over het algemeen binnen tien tot veertien dagen na de operatie het ziekenhuis verlaten. Bij ontslag krijg je een afspraak mee voor de poliklinische controle. Wanneer speciale thuishulp (gezinszorg of wijkverpleging) nodig is, wordt die vanuit het ziekenhuis geregeld. Wanneer je weer helemaal van de operatie hersteld zal zijn, is moeilijk aan te geven. Dat zal afhangen van de grootte van de operatie, de aard van de aandoening en hoe je je op dat moment voelt. Hoelang je poliklinisch moet worden gecontroleerd, hangt natuurlijk samen met de aard van je ziekte.

Bron: Nederlandse Vereniging voor Heelkunde

Als verpleegkundige op zoek naar aanvullende informatie?

Als verpleegkundige op zoek naar aanvullende informatie?

Dan kunt u vanaf nu terecht op Roche4Nurses.nl. Dit is hét nieuwe gratis platform voor verpleegkundigen. U vindt er niet alleen actuele en praktijkgerichte informatie over de (bij)werkingen en toedieningsvormen van Roche producten, maar kunt ook meer lezen over nascholingen of ervaringen van collega verpleegkundigen. Alles overzichtelijk bij elkaar! Meld u hier direct aan. Dit kan gemakkelijk en snel met uw BIG-nummer. 

Wist je dat?

Chemotherapie

Chemotherapie altijd per patiënt op maat wordt samengesteld? De chemokuren bestaan namelijk uit het toedienen van verschillende medicijnen die de celgroei van tumoren moeten tegengaan. Aangezien tumoren verschillen, is ook de samenstelling van de chemo per patiënt verschillend. De therapie wordt ingezet om kanker te genezen, als aanvullende behandeling om terugkeer te voorkomen of om de symptomen van kanker te verlichten wanneer genezing niet meer mogelijk is. 

Lees meer over de behandeling van kanker met chemotherapie