© 2020 solvo B.V.

Langs het randje van de afgrond

LANGS HET RANDJE VAN DE AFGROND Eind mei, een vrije dag begint. Ik draai me om en voel m’n vrouw. Heerlijk deze warmte! Spontaan een gapen. Onverhoeds, steek in de nek. Het hoofd zit vast! Ik kreun en vloek. Foute boel maar kort van duur. Ongerust draai ik me terug. Een arm wordt om me heen gelegd. “We hebben nog wel even, schat!” fluistert m’n vrouw en drukt zich tegen me. Voor mij teveel ik duw haar weg. “Wat scheelt?” vraagt ze. “Iets vreemds!” mompel ik en werp het laken van me af. Zittend op het bed, hoofd tussen de handen, kijk ik in het niets, wieg heen en weer. Het zweet breekt me uit. Ik hoest, dat doet pijn. Zou dit een griepje zijn? M’n vrouw komt naar me toe, tilt mijn hoofd omhoog, kijkt me aan en vraagt opnieuw wat scheelt. “Voel me niet goed!” zeg ik. Dát vertrouwt ze niet, het wordt erger, zó heeft ze mij nog nooit gezien. Resoluut loopt ze naar de telefoon en draait het nummer van de huisarts. Zaterdag, dokter vrij! Een antwoord-apparaat verwijst naar artsen van de weekenddienst. Die melden vakantie en getuut! Nu oogt ze verschrikt, pakt opnieuw de telefoon en draait het nummer van de centrale doktersdienst. Vergeefs! Ik kijk haar aan, heb net aspirine geslikt. Ze schudt het hoofd, vindt mij grauw en zegt “Probeer jij het eens!” Ik richt me op en draai hetzelfde nummer. In gesprek! Nieuwe poging, weer geen gehoor! Wat nu, 1-1-2 bellen? Ik doe het niet, geen druk op de borst, geen pijn in een der armen. Maandag zal ik de huisarts bellen, nu terug naar bed. Erin, eruit, en een aspirine. Vooruitzichten van scheren, douchen, kleden, lopen naar het station laten mij niet los. Zal ik moeder bellen om de afspraak te verzetten? Nee, het is nu te laat. Douche en nog twee aspirientjes sterken mij te kunnen lopen. Wel ben ik al snel een dweil. Amper honderd meter ver, valt het leven bijna weg, duizel ik. Terugkeren of doorzetten? Ik ga op een paaltje zitten, sta weer op, haal diep adem en loop. Een zacht briesje voelt lekker en de voorjaarszon is aangenaam. Het station is nu vlakbij en te betreden door trap te lopen, drie maal vijftien treden. De eerste gaat redelijk, de tweede zorgt voor ademnood, de derde laat mij trekken en slepen. Boven trillen mijn benen, moet ik hoesten, maar, we zijn op tijd, weten precies waar moeder arriveert. Daar loopt en stopt ook een metro richting ziekenhuis. “Gewoon instappen, niet treuzelen!” gaat door mij heen. Te laat, moeder wint, komt reeds aangelopen. Allee, ze is er, ik sluit haar in mijn armen. M’n vrouw geeft ze een arm. Mijn lijf zegt nee maar moet toch mee. Weer thuis zeg ik ziek te zijn. Dit ongemak moet toch verdwijnen door rust en aspirine? Maar wat een schrik. Een huid niet droog te krijgen. Zitten, staan slechts kort te doen. Liggen anders dan een strijkplank niet vol te houden, van de ene zijde op de andere zeer onaangenaam. Het hart, in stroming en deining van omsloten vocht, plonst halverwege draaiïng neer. Van binnen vermoed ik puin. Soms, grijp ik nu mijn benen, kramp. Maar het hoofd zit los en geen problemen bij het ademhalen. Ik trek een laadje open, de thermometer, 39.6. Polsslag krijg ik niet te pakken. Het hoofd doet pijn. De aspirines bijna op, vraag ik om nieuwe. Op de galerij druk praten en ballen. Bonk, bonk! Dat gaat maar door. Gekweld sta ik op, hoest, kleed me in kamerjas en loop getergd naar buiten. “Zeg, willen jullie stoppen hier te ballen, ik ben hartstikke ziek!” hoor ik mijzelf. Een korte stilte “Natuurlijk, meneer, wordt u maar snel beter!”. Even ben ik perplex. “Bedankt, jongens!” M’n hoofd lijkt wel te splijten. Het is niet goed me druk te maken! Pijn op de borst heb ik niet, ook geen last van linkerarm. Ik heb gewandeld en een tas gedragen! Gewoon uitzieken! M’n vrouw komt kijken, hoort alleen verzoek om aspirines. Even opgericht en weg ben ik. High! Kom ik ‘s avonds toch weer bovendrijven. Moed gevat, kleed ik me aan, kijk foto’s en tv. Toch het bed weer opgezocht om uiterst stil te liggen! Ik zweef, dommel, voel een plons en wens de nacht voorbij. Zes uur pak ik de kamerjas en betreed de douche. Leeg en uitgeput richt m’n lijf zich op. Een bank in de huiskamer geeft geen rust. Vechten alsmaar vechten om te leven zoals zij die binnenkomen. Een boterham sla ik af, een kopje thee is oké. Ik verontschuldig me, verkies alweer het bed. Heel voorzichtig erin, eruit, zitten, staan, loopje langs het ledikant. Reeds avond, moeder is vertrokken. Weer een nacht te gaan. Ik slik aspirine, hang op de bank, vertoef in het ijle om plots te botsen in het hier en nu. Een marteling! Liever nog het ongewenste plonzen. Bij het ochtendgloren maait een engerd grijnzend langs mij heen. Nat en vies ga ik douchen. Net op tijd houvast, een duizeling. M’n vrouw is opgestaan, geeft een schone kamerjas. Ik laat weten heel beroerd te zijn. Een sneetje brood, thee en aspirine gaan naar binnen. Eindelijk kan ik de huisarts bellen. Om elf uur te verwachten. Netjes aangekleed wacht ik uren, komt ze pas na enen en constateert zwakke polsslag, abnormale bloeddruk en afwijkende signalen van en om het hart. Ze spreekt van een hartinfarct en wil een snelle behandeling. Ik mag niet van de bank. M’n vrouw pakt schoon goed en pyjama. De huisarts roept een ambulance op en vraagt welk ziekenhuis mijn voorkeur heeft. Ik stamel van om de hoek. Weldra een brancard op wieltjes daarnaast in groen geklede mannen. De huisarts draagt mij over. Ik krijg een pilletje voor onder de tong en via galerij, lift en hal rijden ze mij naar buiten. Buren en omwonenden kijken toe. Ik richt me op, groet en zwaai. Een moment later word ik de ambulance ingeschoven en vastgelegd. Het ritje is kort. Verplaatsing in het ziekenhuis duurt langer. Het voert door gangen waarvan de muren zijn afgedekt met lange stroken plastic. Een onwerkelijke omgeving die eindigt bij de eerste opvang voor hartpatienten. Daar word ik aan een balie aangemeld en geparkeerd naast een dikke man. Meer tijd ter oriëntatie krijg ik niet. Een arts stelt zich voor. Hij doet eenzelfde onderzoek als thuis. Hierna verzoekt hij een aangelopen witte jas om hetzelfde. De twee wisselen bevindingen. Zo pratend lopen ze ook weg. Ik ben niet ik voor hen, enkel drager van een probleem. Dat voelt mijn lijf, ik krijg het koud. Dan druk gepraat, witte jassen stevenen op mij af. Ogen speuren, komen heel dichtbij, verkennen van boven naar beneden, zien bultjes, verdikkingen, knobbels. Vele vingers betasten deze dingen. Het lijkt wel “Bingo!” Enthousiast rijden ze mij weg. M’n vrouw mag mee! Racend door gangen is het ongeduldig wachten voor een lift. Halt gehouden krijgt m’n vrouw een stoeltje. Tijd elkaar te raken nog net gegund. Mij rijden ze een grote koele ruimte in. Ik word overgeheveld op een behandelbed met zicht op grote klok, twee aan tentakels bevestigde wentelbare beeldschermen en door glas afgeschermde ruimtes. Ik ben die en ik ben die, iedereen stelt zich voor. Elf medisch en technisch vakbekwamen. Vanaf het behandelbed zie ik hen overleggen. Zijn ze het eens, zo schat ik in, wordt van elders een nieuwe specialist erbij gehaald. Deze doet zijn zegje en verdwijnt. Een ritueel dat wordt herhaald tot iedereen tevreden is. Het repareren kan beginnen. Iedere handeling wordt mij meegedeeld en toegelicht. Zo hoor ik dat twee aders bij het hart een ballonverwijding krijgen om vervolgens in elk ervan een metalen buisje aan te brengen. Eerder reeds ontdaan van kleren letten ze er ook op dat ik het niet koud heb, leggen het hoofdkussentje naar wens, scheren mijn liezen, lichten me in bij het geven van een plaatselijke verdoving en wijzen naar bewegende beelden op de schermen waarop een deel van mijn ‘binnen-ik’. Iemand naast me helpt te kijken, geeft uitleg en wijst de kransslagaders aan, ze zijn dichtgeslibd. Die weer openen en openhouden wordt nu gedaan. De tevens dichtgeslibde halsslagader komt later aan de beurt. Een kwestie van heel andere aard betreft het hart, waarvan een deel, linksonder, er maar bijhangt, het is afgestorven. Repareren kan niet meer. Die engerd van vanmorgen heeft het meegenomen! Bergensteen 2007


Uiteindelijke lering uit dit verhaal? Zorg dat je de symptomen tijdig kunt herkennen en hou \"de engerd\" weg! Ik hoor u denken: Symptomen? Die waren er toch juist niet? Nee, geen symptomen die zouden kunnen duiden op een hartaanval. Geen pijn op de borst, in de bovenarm, trekt niet naar de kaken, lijkt niet op brandend maagzuur. Maar wel alle symptomen van een accuutgebrek aan zuurstoftoevoer naar de spieren. Let dus op. Voelt u zich al enkele dagen moe maar voelt u zich nu plotseling en volkomen uitgeput? Is zelfs een gang naar het toilet een marteling? Duizelig? Lijkt het verleggen van uw hoofdkussen op het verschuiven van een rotsblok? Slik dan in ieder geval aspirine. Aspirine heeft een bloedverdunnende werking en zou in deze gevallen weleens levensreddend kunnen zijn. Is het bloed dunner, dan hoeft het hart niet zo hard te pompen dat het beschadigd kan raken en kan het bloed ondanks bijna dichtgeslibde aderen toch overal in uw lichaam zuurstof afleveren. Neem dan DIRECT hierna contact op met uw huisarts of de huisartsenpost. Snelheid is hier van levensbelang, uw leven en daarvan hebt u er maar 1. Onthou verder: bij een vermoeden van hersenbloeding juist GEEN aspirine, hoe erg de hoofdpijn ook is. De bloedverdunnende werking kan in dit geval leiden tot een finale catastrofe.

label.Geplaatst op 2007-05-12 10:35:15


Beste RobbieD, Kun je van uitleg voorzien over mijn ervaring dat ik voelde dat mijn hart meedeinde in vocht/water en bij het draaien het enge gevoel gaf in water neerwaarts te plonsen. Vriendelijke groet, Bergensteen

label.Geplaatst op 2007-05-16 11:42:54


Dit moet helaas zuiver theoretisch blijven: De ene mens, ook zonder training, is nu eenmaal uitgerust met sterkere spieren dan de ander. U hebt blijkbaar sterke spieren incl. uw hart, anders had u waarschijnlijk die tweeeneenhalve dag niet overleefd. Neemt niet weg dat uw hart sterk verzwakt was door het langdurige zuurstofgebrek. Het afgestorven deel werkte als een \"dead weight\" en zou uw hart in een normale conditie verkeren, dan had u hiervan bij veranderen van lichaamshouding hoegenaamd niets gemerkt. Echter een verzwakt hart doet allereerst iets waar het voor geschapen is: blijven pompen. Zorgen dat het keurig in balans en perfect op z\'n plek blijft in de met lichaamsvloeistoffen en organen gevulde borstkas heeft een veel lagere prioriteit. Alle energie werd dus gericht op het instandhouden van de pompwerking. Stel u het volgende voor: doe een knikker in een plastic boterhamzakje en knoop dit zakje net boven de bodem, waar de knikker op rust, dicht. Leg het zakje op een tafel en til de tafel aan één zijde op. De knikker schuift nu naar de laagste zijde van het blad en trekt het zakje uiteraard met zich mee. Het zakje kan alleen onmeetbare kleine weerstand bieden aan deze beweging. Zo was het waarschijnlijk met uw hart ook, want die richtte zijn energie op belangrijkere zaken. Hoe een relatief kleine beweging van het hart een enorme \"plons\" kan veroorzaken? Vraag maar eens aan mensen met een hartritmestoornis wat zij op zo\'n moment voelen. Ik ken iemand die steevast beweert dat hij dan het gevoel heeft of een enorme kracht uit het niets hem tegen de vloer probeert te werpen. Deze uitleg geef ik echter graag en onmiddellijk op voor vrijwel elke andere.

label.Geplaatst op 2007-05-16 18:25:22


Hallo RobbieD, Ook al is jouw uitleg helaas zuiver theoretisch, ik ben er wel blij mee. Een brede grijns siert mijn gezicht. Weet je, reeds meer dan vijf jaar heb ik her en der over de door mij ervaren plons tekst en uitleg gevraagd. Echter cardiologen of aanverwante specialisten bleven een antwoord altijd schuldig. Met jouw reactie heb ik vrede. Dat het zuiver theoretisch is zal me worst zijn. Dank voor je antwoorden en mocht je uit mijn lange verhaal nog iets tegenkomen waar je nog iets over kwijt wilt, doe dat dan. Vriendelijke groet, Bergensteen

label.Geplaatst op 2007-05-17 11:03:11


Een heel verhaal. Prettig te lezen dat alles toch nog goed gekomen is. Het is nog steeds jammer dat veel huisartsen een hartinfarct "alleen maar kunnen aflezen" als de patient de stereotype pijnplek op de borst aan geeft en meldt dat hij uitstraling naar de linker arm voelt. Zelf had ik last van mijn linker schouder. Resultaat 5 hart infarcten in 7 dagen tijd. Eerlijkheid gebied mij te zeggen dat niet alleen de verkeerde diagnose van de huisarts hier debet aan was. Het had ook met mijn eigen "onkennings fase" te maken. Ik ontkende namelijke dat het mijn hart was. Bij de therapie die ik na de by-pass operatie kreeg trof ik lotgenoten waarbij het infarct zich op de meest vreemde plaats had geuit. Voorbeelden: keelpijn, last van een stijve nek, maagkrampen, slokdarmkrampen en lage rugpijn. Bij hen allen had de huisartsen niet geconstateerd dat er een hartinfarct gaande was. Tot slot wil ik nog een tip geven. De therapie om terug op krachten te komen is erg belangrijk. Maar net zo belangrijk is het verwerken van hetgeen is doorstaan. En vergeet daarbij de partner niet. Succes en beterschap

label.Geplaatst op 2007-05-24 22:00:19


Beste Nak, Prettig om jouw reactie te lezen! Er zitten wel enkele puntjes in waar ik op wil reageren. Toen ik na ruim drie weken uit het ziekenhuis kwam. Heb ik mijn ziekte en andere ervaringen snel op papier gezet en in een ordner gestopt. Lag het tenminste vast. Dat is inmiddels al weer jaren geleden. Echter toen heb ik onbewust ook iets meegekregen van dat schrijven leuk is. In het periodiek Hartezorg las ik afgelopen april iets over “In de pen” en toen dacht ik pak die aantekeningen en halve verhaaltjes, schrijf en doe mee aan de oproep tot schrijven. Eerlijk gezegd vind ik het jammer dat nog weinig mensen met een aandoening pen en papier gebruiken om iets over zichzelf te vertellen en kenbaar te maken. Ik denk dat bij te velen de gedachte overheerst “Spreken is zilver, zwijgen is goud!” en van “Dat kan ik niet!” Hierbij kom ik op een andere zaak waar voor lotgenoten én medici heel veel voordeel mee te doen zou zijn. Immers als velen hun ervaring op papier weten te zetten en aan medici toe durven te vertrouwen dan zou het wel eens zo kunnen zijn dat bijvoorbeeld stereotype pijnplekken in geval van een hartinfarct voor velen maar lang niet iedereen geldt. Meer “openheid” van “patienten” kan dan op termijn voor doorbraken in kennis en kunde binnen de gezondheidswetenschap bijdragen. Met mij gaat het goed. Ben uitstekend geholpen. Refererend aan het verhaal “Langs het randje van de afgrond” was het voor de deskundigen wikken en wegen wat ze met mijn verstopte halsslagader zouden doen. Of “by-pass” of “dotteren en een stent”. Na een week besloten ze te dotteren en een stent te plaatsen om direct daarna ook een hartpomp ter ondersteuning in te zetten. Niet onbelangrijk wat jij vermeldt is natuurlijk ook niet te ontkennen vreselijk ziek te zijn en dus gewoon zo snel mogelijk hulp in te roepen. Sorry, Nak, dat het zo’n lang antwoord is geworden maar jouw reactie geeft daartoe voldoende aanleidng. Vriendelijke groet, Herman Bergensteen

label.Geplaatst op 2007-05-26 09:43:30

Naar forum Cardiologie

Cookies

Ziekenhuis

Om je een informatieve en prettige online ervaring te bieden, maken Ziekenhuis.nl (onderdeel van solvo b.v.) en derden gebruik van verschillende soorten cookies. Hieronder vallen functionele, analytische en persoonlijke cookies. Met deze cookies kunnen we de werking van onze website verbeteren en je van gepersonaliseerde advertenties voorzien. Door op ‘Akkoord en doorgaan’ te klikken, gaat u akkoord met het plaatsen van alle cookies zoals omschreven in onze privacy- & cookieverklaring.

Cookievoorkeuren

Je kunt hieronder toestemming geven voor het plaatsen van persoonlijke cookies. Met deze cookies houden wij en onze partners je gedrag op onze website bij met als doel je persoonlijke advertenties te tonen en onze website te optimaliseren.

Selecteer welke cookies je wil accepteren