CTA arrow

Psoriasis (Psoriasis vulgaris)

Naar het overzicht van ziektebeelden

Wat is psoriasis?

Psoriasis is een veelvoorkomende niet-besmettelijke huidaandoening met rode en schilferende plekken, vooral op de ellebogen, de knieen en het behaarde hoofd. Bij het ontstaan van psoriasis speelt erfelijke aanleg een belangrijke rol. Daarnaast kunnen andere factoren, zoals infecties, beschadiging van de huid en medicijnen het beloop van psoriasis beinvloeden. Het beloop, waarbij verbetering en verergering elkaar afwisselen, varieert sterk; meestal echter is psoriasis een chronische ziekte. Sommige mensen hebben slechts enkele plekjes, terwijl bij anderen (bijna) de gehele huid is aangedaan. Psoriasis kan door behandeling aanzienlijk verbeteren, maar geen enkele therapie kan de huidziekte definitief genezen. 

Hoe ontstaat psoriasis?

De precieze oorzaak van psoriasis is niet bekend; wel is duidelijk dat een erfelijke aanleg van groot belang is. Bij mensen die de erfelijke aanleg voor psoriasis hebben, kunnen diverse zogeheten omgevingsfactoren psoriasis laten uitbreken of een al bestaande psoriasis verergeren. Voorbeelden hiervan zijn: 

  • Beschadiging van de huid. 
  • Infecties. 
  • Geneesmiddelen. 
  • Blootstelling aan zonlicht. 
  • Hormonale factoren. 
  • Psychologische stress. 
  • Alcohol. 
  • Roken.

Erfelijke aanleg

Erfelijke aanleg speelt bij psoriasis een belangrijke rol. Bij familieleden in de eerste graad (ouders, kinderen, broers, zusters) en de tweede graad (ooms, tantes, neven, nichten) van mensen met psoriasis komt de aandoening vaker voor dan bij mensen zonder psoriasis. Een kind heeft een kans van ongeveer 10-20% om psoriasis te krijgen wanneer een van de ouders psoriasis heeft en van ongeveer 50% wanneer beide ouders psoriasis hebben. Iemand die een zus of een broer met psoriasis heeft, maar geen andere familieleden die de ziekte ook hebben, heeft ongeveer 6% kans om zelf ook psoriasis te krijgen

Beschadiging van de huid

Op de plaats waar (normale) huid beschadigd wordt kan na gemiddeld 7-14 dagen een psoriasisplek ontstaan. Dit heet het Koebner fenomeen. Allerlei soorten beschadiging van de huid kunnen hiervoor verantwoordelijk zijn, zoals schaafplekken, brandwonden, operatiewonden en chemische wonden (bijvoorbeeld door zuren). Ook infecties van de huid (bijvoorbeeld herpes infecties, steenpuisten) en sommige aandoeningen waarbij de huid ontstoken is (bijvoorbeeld eczeem) kunnen een Koebner fenomeen geven. De kans dat er na een beschadiging psoriasis ontstaat wordt geschat op 40-75% en is waarschijnlijk het grootst wanneer de psoriasis uitgebreider en actief is, d.w.z. dat er ook spontaan al wat plekken ontstaan. 

Infecties

Een bacteriele infectie met streptokokken, vooral van de keel (angina), kan aanleiding geven tot een uitgebreide uitslag met kleine psoriasisplekjes, die in korte tijd ontstaan. Dit heet een psoriasis guttata (gutta = druppel) Ook bij 'gewone' psoriasis kunnen streptokokken een rol spelen en bij sommige mensen verdwijnt de psoriasis na behandeling met antibioticakuren tegen de streptokokken. Bij mensen met AIDS en andere HIV-infecties is het beloop van psoriasis vaak ernstiger. 

Geneesmiddelen

In veel boeken en artikelen wordt geschreven dat bepaalde geneesmiddelen psoriasis kunnen veroorzaken of verergeren. Tot die medicijnen behoren middelen tegen hoge bloeddruk (betablokkers en ACE-remmers), lithium (tegen depressie), middelen tegen malaria, en ontstekingsremmende pijnstillers zoals diclofenac, ibuprofen en naproxen. Ook het plotseling stoppen van prednison en soortgelijke medicijnen (bijnierschorshormonen) zou een psoriasis kunnen veroorzaken of verergeren.
Hiernaar is echter weinig goed onderzoek gedaan. Lithium en de antimalariamiddelen lijken inderdaad dit effect te kunnen hebben, maar van de andere genoemde medicijnen is dat erg onzeker.

Blootstelling aan zonlicht

Over het algemeen zal zonlicht psoriasis verbeteren. Bij ongeveer 5% van de mensen met psoriasis treedt door de zon juist een verergering op. Vaak zijn dat oudere mensen (vrouwen wat vaker dan mannen) met een lichte huid. Nogal eens vertellen ze 'zonneallergie' te hebben en gaan de plekjes van deze zonlichtovergevoeligheid naderhand door het Koebner fenomeen over in psoriasisplekken.

Hormonale factoren

Er zijn verscheidene aanwijzingen dat hormonen invloed kunnen hebben op (het beloop van) psoriasis. Zo begint psoriasis bij meisjes vaak in de puberteit, kan de ziekte veranderen tijdens en na een zwangerschap en kunnen anticonceptiepillen met hoge doses oestrogenen (vrouwelijke geslachtshormonen) soms een psoriasis provoceren.

De kans dat psoriasis verbetert in de zwangerschap (40%) is veel groter dan dat de ziekte zal verergeren (14%). In de 3 maanden na de bevalling is de situatie precies andersom: verbetering bij 11% en verergering bij 54%. In enkele gevallen kan tijdens de zwangerschap een zeldzame variant van psoriasis ontstaan, de zogeheten gegeneraliseerde psoriasis pustulosa. 

Psychologische stress

Er zijn diverse aanwijzingen dat stress een belangrijke rol speelt bij het ontstaan en verergeren van psoriasis. Ongeveer 60% van de mensen met psoriasis wijst stress als een belangrijke oorzaak voor hun huidziekte aan. De mate van stress komt vaak overeen met de ernst van de huidziekte. 
Anderzijds kan het hebben van psoriasis zelf natuurlijk ook aanleiding zijn tot stress. De kwaliteit van leven kan daardoor ernstig worden aangetast. Deze mensen reageren vaak minder goed op behandeling van hun psoriasis dan mensen die daar niet zoveel moeite mee hebben. Wanneer ze hiervoor begeleiding krijgen (bijvoorbeeld door een psycholoog) en de stress vermindert, dan kan ook de behandeling van de psoriasis betere resultaten geven. 

Alcohol 

Het gebruik van alcohol kan - vooral bij mannen - een bestaande psoriasis verergeren, maar lijkt het niet te kunnen veroorzaken. Zware drinkers hebben over het algemeen een ernstigere en actievere psoriasis. Natuurlijk kan het overmatig gebruik van alcohol ook een reactie zijn op de stress die het hebben van psoriasis met zich meebrengt. Deze mensen reageren vaak slecht op behandeling, ook al omdat ze zich vaak niet aan de behandelvoorschriften en -adviezen houden.

Roken

Het percentage vrouwen met psoriasis dat rookt is hoger dan bij vrouwen zonder psoriasis. Of roken psoriasis provoceert of dat de stress van psoriasis meer vrouwen aanzet tot het roken van sigaretten (vergelijkbaar met het meer drinken bij mannen) is niet bekend. Vooral een vorm van psoriasis met pustels (etterpuistjes) in de handpalmen en op de voetzolen (psoriasis palmoplantaris pustulosa) komt tien keer vaker voor bij vrouwen die meer dan 15 sigaretten per dag roken. Onder mannen met psoriasis is het percentage rokers niet verhoogd. 

Wat zijn de verschijnselen?

De eerste afwijkingen van psoriasis kunnen op elke leeftijd ontstaan. Er zijn twee leeftijdscategorieën waarin psoriasis relatief vaak opkomt: van 16-21 jaar en van 57-60 jaar. Bij vrouwen begint psoriasis gemiddeld op iets jongere leeftijd dan bij mannen. Hoelang de afwijkingen blijven bestaan varieert van enkele weken tot het hele leven. Het beloop is onvoorspelbaar. 

Plaque psoriasis

De meest voorkomende vorm van psoriasis wordt plaque psoriasis genoemd. Kenmerkend hiervoor zijn rode schilferende plekken met een scherpe begrenzing. De mate van schilfering wisselt en de kleur is zilverwit. Wanneer er geen schilfering is, kan deze vaak door krabben zichtbaar gemaakt worden (het kaarsvetfenomeen). Bij verder krabben ontstaan puntvormige bloedingen (het teken van Auspitz). Dit fenomeen ontstaat doordat de bloedvaatjes in de lederhuid in de psoriasisplekken zeer dicht onder het huidoppervlak liggen. 

De plekken variëren in grootte van 1 tot enkele centimeters en zijn meestal ovaal van vorm. Door samenvloeien kunnen grote plakkaten ontstaan en ronde of andere bizarre vormen (psoriasis figurata). Het aantal plekken varieert van 1 tot meer dan 100. De psoriasisplaques kunnen op elke plaats ontstaan, maar hebben een voorkeur voor de strekzijde van de ellebogen, de strekzijde van de knieën, het behaarde hoofd, en de onderrug.

Psoriasis op specifieke plaatsen van het lichaam

Hoe psoriasis er uit ziet is ook afhankelijk van de plaats op het lichaam. 

Behaarde hoofd. Op het behaarde hoofd kunnen gewone psoriasisplekken voorkomen, maar ook kan het hoofd helemaal onder de schilfers zitten. Een enkele keer kan daardoor wat haaruitval optreden. Psoriasis leidt echter niet tot kaalheid

Plooien. Een veelvoorkomende plek waar psoriasis zich kan nestelen zijn je huidplooien. Denk hierbij aan je oksels of knieholten. Als de psoriasis zich vooral daar bevindt, dan spreek je van psoriasis inversa. Lees hier verderop in de tekst meer over bij verschillende vormen van psoriasis. 

Handpalmen en voetzolen. Op de handpalmen en voetzolen is de scherpe begrenzing vaak niet zo duidelijk en kan psoriasis verward worden eczeem. Kloven worden vaak gezien en kunnen zeer pijnlijk zijn, zelfs zodanig dat men nauwelijks kan lopen of weinig met de handen kan doen. 

Nagels. Psoriasis van de nagels (psoriasis unguium) komt bij 25-50% van alle mensen met psoriasis voor. De kans op het ontstaan daarvan is groter bij mensen ouder dan 40 jaar en mensen die ook artritis psoriatica hebben. De ernstiger vormen worden vooral gezien wanneer de psoriasis op jonge leeftijd is ontstaan en wanneer psoriasis ook in de familie voorkomt. Het meest voorkomende verschijnsel van psoriasis aan de nagels is kleine putjes in de nagel (die overigens ook bij mensen zonder psoriasis kunnen voorkomen). Daarnaast kan de nagel verkleuren en zit er vaak schilfering onder, waardoor deze aan het uiteinde loslaat van het nagelbed (onycholysis). Een enkele keer zijn er blauwe streepjes te zien, dat zijn kleine bloedinkjes onder de nagel. Karakteristiek voor nagelpsoriasis is een ronde oranje-gele vlek onder de nagel, het zogeheten olievlekfenomeen.

Gewrichten. Bij naar schatting ongeveer 5% van de mensen met psoriasis kunnen er gewrichtsontstekingen ontstaan, vooral van de kleine gewrichtjes van de handen en de voeten. Bij psoriasis kunnen ook gewrichtspijnen voorkomen die niet berusten op een ontstekingsproces.

Andere vormen van psoriasis

Er zijn diverse andere vormen van psoriasis zoals:

  • psoriasis guttata 
  • instabiele psoriasis 
  • psoriasis pustulosa 
  • psoriasis erytrodermie
  • psoriasis inversia
  • psoriasis artritis

Psoriasis guttata

Bij deze variant van psoriasis ontstaat er in relatief korte tijd (enkele dagen tot weken) een uitslag van kleine druppeltjes (gutta = druppel) psoriasisplekjes. Dit beeld wordt vooral gezien bij kinderen en jonge volwassenen en wordt meestal geprovoceerd door een keelinfectie met streptokokken (angina). In het begin is er weinig schilfering, die wel zichtbaar gemaakt kan worden door er overheen te krabben (het kaarsvetfenomeen). De plekjes zijn rond of iets ovaal en zijn tussen de 2 millimeter en 1 centimeter groot. Ze zijn min of meer regelmatig over het lichaam verdeeld met een voorkeur voor de romp en de bovenarmen en bovenbenen, maar komen ook regelmatig voor in het gezicht en op het hoofd. Soms ontstaan er maar een stuk of 10 plekjes, maar meestal is er sprake van een uitgebreid beeld met wel (veel) meer dan 100 psoriasisplekjes. Deze vorm van psoriasis zal bij 2 op de 3 mensen spontaan genezen, maar kan ook overgaan in een plaque psoriasis.

Instabiele psoriasis

Met instabiele psoriasis wordt een vorm van psoriasis bedoeld die gekenmerkt wordt door een grote mate van activiteit, dat wil zeggen dat er vele nieuwe plekken bijkomen. Ook het optreden van pustels (etterpuistjes) wijst op instabiliteit. Soms ontstaat zoiets spontaan, zonder aanwijsbare reden. Dit fenomeen kan echter ook het gevolg zijn van een te agressieve behandeling met bijvoorbeeld teer, ditranol of ultraviolet licht. Ook het plotseling stoppen van het gebruik van tabletten of zalven met corticosteroïden (bijnierschorshormonen), calciumgebrek in het bloed, een acute infectie en misschien zelfs stress kunnen aanleiding zijn tot het ontstaan van instabiele psoriasis. 

Psoriasis erytrodermie

Bij een psoriasis erytrodermie (erythros = rood, derma = huid) is nagenoeg de gehele huid aangedaan met psoriasisplekken. Er zijn twee vormen. In de eerste vorm ontstaat de erytrodermie uit plaque psoriasis die zich geleidelijk uitbreidt tot nagenoeg de gehele huid is aangedaan. Ofschoon de schilfering minder uitgesproken is en minder karakteristiek dan bij plaque psoriasis, blijven vele kenmerken van psoriasis behouden. De mensen die dit hebben zijn niet ziek en deze vorm is vrij goed te behandelen. 
In de tweede vorm ontstaat een psoriasis erytrodermie uit een instabiele psoriasis en kan als de ernstigste vorm daarvan beschouwd worden. Dit beeld wordt vaker gezien bij mensen die naast hun psoriasis ook artritis psoriatica hebben en bij hen die eerder een gegeneraliseerde psoriasis pustulosa hadden. Infecties, calciumgebrek in het bloed, het gebruik van tabletten tegen malaria, behandeling met teer en vooral het plotseling stoppen van het gebruik van tabletten met corticosteroïden (bijnierschorshormonen, bijvoorbeeld prednison) kunnen aanleiding zijn tot het ontstaan van deze vorm van erytrodermie. De mensen die dit hebben zijn vaak ziek met koorts en hebben heftige jeuk. De vooruitzichten zijn minder goed. Een erytrodermie is moeilijk te behandelen en komt na genezing vaak terug. Een enkeling zal er aan overlijden.

Psoriasis inversa

Psoriasis inversie is een vorm van psoriasis die vooral ouderen treft en zich met name in de huidplooien bevindt. Tot de huidplooien behoren de liezen, de oksels, de bilspleet, de navel, de plooien onder de borsten, de buikplooi en de plooi achter de oren. Er is geen sprake van een ander soort psoriasis, maar van 'gewone psoriasis (vulgaris)' op lastige plaatsen.

Psoriasis inversa schilfert meestal niet of is in zijn geheel afwezig. Dit komt doordat de huid in de plooien veel vochtiger is. De kleur van de psoriasisplekken is felrood en de begrenzing scherp. Pijnlijke kloven treden vaak op, vooral in de bilspleet. Bij veel zwetten kan een wittige verkleuring gezien worden, de zogeheten maceratie. Psoriasis inversa voelt vaak onaangenamer dan 'gewone' psoriasis.

Psoriasis inversa kan spontaan ontstaan bij iemand met psoriasis, maar ook als gevolg van bijvoorbeeld een schimmelinfectie op die plaats (het Koebner fenomeen).

 Psoriasis artritis 

Een bijzondere vorm van psoriasis is psoriasis artritis. De chronisch ontstekingziekte blijft dan niet beperkt tot de huid, maar heeft zich uitgebreid naar de gewrichten. Eigenlijk worden twee ziektes gecombineerd: artritis (gewrichtspijn) en psoriasis. De ziekte ontwikkelt zich meestal pas op de leeftijd van 40 tot 50 jaar.

Vaak is het wel zo dat je eerst krijgt van psoriasis waarna de gewrichtspijn zich langzaam ontwikkelt. Dit kan enkele jaren duren, tot wel 20 jaar. Waardoor deze vorm van psoriasis veroorzaakt wordt, is onduidelijk. Het lijkt erop dat genetische factoren en omgevingsfactoren van invloed zijn op het ontwikkelen van artritis psoriasis.

 Hoe wordt de diagnose gesteld?

De diagnose kan meestal worden gesteld op de kenmerkende afwijkingen. Het kaarsvetfenomeen en het teken van Auspitz zijn karakteristiek voor psoriasis en worden soms gebruikt voor het stellen van de diagnose wanneer de afwijkingen niet (geheel) kenmerkend zijn. In een enkel geval zal onder plaatselijke verdoving een stukje huid weggenomen worden voor microscopisch onderzoek (een biopt).

Wat is de behandeling bij psoriasis?

Ieder mens met psoriasis heeft een individueel probleem en de behandeling wordt daarop afgestemd. Aan de persoon gebonden factoren die bij de keuze van de therapie een rol (kunnen) spelen zijn leeftijd, geslacht, beroep, persoonlijkheid, gezondheid, intelligentie en individuele mogelijkheden. Daarnaast wordt gekeken naar het type psoriasis, de uitgebreidheid, hoelang de ziekte al bestaat, het beloop tot nu toe en de reactie op eerdere behandelingen.

Veel patiënten hebben het moeilijk met hun soms zeer zichtbare plekken. Sommigen hebben behoefte aan sociale of psychologische begeleiding. Men vindt het vaak prettig om daarover te overleggen met de huisarts of de dermatoloog. Ook contacten met andere mensen met psoriasis worden vaak als plezierig ervaren. Daarvoor zijn de diverse patiëntenverenigingen zeer geschikt (Psoriasis Vereniging Nederland, Psoriasis Federatie Nederland).

1. Lokale therapie

Hierbij worden medicijnen, meestal in de vorm van een crème of zalf, op de psoriasisplekken aangebracht. Tot deze geneesmiddelen voor lokaal gebruik horen: 

  • De vitamine D3-afgeleiden calcipotriol en calcitriol
  • De dermatocorticosteroïden (bijnierschorshormonen) 
  • Ditranol (cignoline) 
  • Koolteer 
  • Salicylzuur

2. Lichttherapie. 

Bij lichttherapie wordt gebruik gemaakt van ultraviolet licht, soms in combinatie met medicijnen. Tot deze behandelingen behoren UVB en PUVA  Systemische therapie. Hierbij worden de geneesmiddelen als tabletten of capsules door de mond ingenomen. De nieuwe zogeheten biologische geneesmiddelen worden in de huid ingespoten (een subcutane injectie) of in een ader (een intraveneus infuus).


De meeste lokale behandelingen worden thuis door de mensen zelf uitgevoerd. De therapie met belichting vindt doorgaans in het ziekenhuis plaats, maar soms komt thuisbehandeling met UVB in aanmerking. De meeste systemische therapieën kunnen thuis worden toegepast. In dagbehandelcentra wordt meestal een combinatie van lokale therapie en ultraviolet belichting gegeven. Ziekenhuisopnames voor de behandeling van psoriasis komen tegenwoordig niet vaak meer voor. 

De meeste mensen met psoriasis worden behandeld met lokale therapie. Helpt dit onvoldoende, dan kan UVB therapie worden toegevoegd. Bij uitgebreide psoriasis kunnen ook goede resultaten behaald worden met dagbehandeling. PUVA therapie en systemische behandelingen kunnen aanleiding geven tot soms ernstige - bijwerkingen. Daarom komen deze behandelingen alleen in aanmerking voor mensen die ernstige problemen hebben met en beperkingen ondervinden van hun psoriasis in lichamelijke, sociale, economische of emotionele zin of een combinatie van deze factoren. Voor deze behandelingen heeft de Nederlandse Vereniging voor Dermatologie en Venereologie Richtlijnen opgesteld. Ook heeft de Vereniging in een Samenvattingkaart de verschillende lichttherapieën en systemische behandelingen die in 2003 beschikbaar waren vergeleken. Daarbij is gekeken naar de effectiviteit, de bijwerkingen, het ongemak voor de patiënt (bijvoorbeeld het reizen naar het ziekenhuis) en de kosten van behandeling en controle. Voor de biologische geneesmiddelen worden de Conceptrichtlijnen binnenkort definitief gemaakt.

Vitamine D3-afgeleiden

Wat zijn vitamine D3-afgeleiden?

In Nederland zijn de van vitamine D3 afgeleide stoffen calcipotriol en calcitriol beschikbaar. Calcipotriol (merknaam Daivonex) is er als crème, zalf en lotion. Calcitriol (merknaam Silkis) is er alleen als zalf. De werking van deze medicijnen berust waarschijnlijk op de remming van de celdeling van keratinocyten in de huid, die bij psoriasis verhoogd is en op de uitrijping daarvan. Ook hebben ze een gunstige invloed op de ontsteking in de psoriasisplekken (Wat gebeurt er in de huid van psoriasisplekken?). 

De behandeling met vitamine D3-afgeleiden

De vitamine D3-afgeleiden zijn de meest voorgeschreven medicijnen voor psoriasis. Ze worden bij voorkeur tweemaal per dag aangebracht en zijn tenminste zo effectief als of beter werkzaam dan de andere lokale geneesmiddelen, behalve de sterkwerkende corticosteroïden. Deze middelen beginnen na 2-4 weken zichtbare resultaten te krijgen. Eerst vermindert de schilfering, daarna worden de plekken vlakker en als laatste effect vermindert de roodheid. Het maximale resultaat wordt na ongeveer 6-8 weken bereikt. Calcipotriol geeft een gemiddelde verbetering van de PASI (Psoriasis Area and Severity Index, een maat voor de uitgebreidheid en de ernst van psoriasis) van 60% na 8 weken. Daarna blijft het resultaat behouden, tenminste wanneer doorbehandeld wordt. Bij ongeveer 75% van de mensen wordt met calcipotriol een duidelijke verbetering bereikt. De zalf werkt iets beter dan de crème. 
De behandeling met de vitamine D3-afgeleiden wordt vaak gecombineerd met corticosteroïden, bijvoorbeeld eenmaal daags het vitamine D3-preparaat en eenmaal daags een corticosteroïd, of 4 dagen per week het vitamine D3-preparaat en de andere 3 dagen het corticosteroïd. De combinatie blijkt namelijk effectiever dan behandeling met vitamine D3-afgeleiden alleen of corticosteroïden alleen. Bovendien blijft de huid na behandeling met calcipotriol of calcitriol vaak wat rood en de roodheid verdwijnt door behandeling met een corticosteroïdzalf of  crème. Er is een geneesmiddel dat zowel calcipotriol als een corticosteroid (betamethasondipropionaat) bevat en dat Dovobet heet. Ook worden vitamine D3-afgeleiden soms gecombineerd met behandelingen met ultraviolet belichting.

Bijwerkingen van vitamine D3-afgeleiden

De meest voorkomende bijwerking is irritatie van de huid, vooral op het gezicht en in de plooien. Dit treedt bij ongeveer 20% van de behandelde mensen op, wat vaker met calcipotriol dan met calcitriol. Soms is de irritatie van de huid zo erg, dat de behandeling daardoor enige tijd moet worden onderbroken. Wanneer er erg veel van de zalf of crème gebruikt wordt, dan kan het geneesmiddel in het bloed terecht komen. Een mogelijk gevolg daarvan is dat er te veel calcium in het bloed (hypercalcemie) en in de urine (hypercalciurie) terechtkomt. De kans daarop is klein wanneer er door een volwassene niet meer dan 100 gram Daivonex crème of 60 ml Daivonex lotion wordt gebruikt. Voor kinderen tussen 6 en 12 jaar wordt een maximum van 50 gram zalf en voor kinderen tussen de 12 en 18 jaar van 75 gram zalf per week aanbevolen. Van de Silkis zalf mag door volwassenen maximaal 210 gram per week worden gebruikt. 
Op langere termijn zijn deze preparaten, wanneer de maximaal toegestane hoeveelheden niet overschreden worden, veilig. Dat geldt niet voor Dovobet, omdat daar een corticosteroïd in zit, dat op langere termijn niet dagelijks gebruikt mag worden.

Dermatocorticosteroïden 

Wat zijn dermatocorticosteroïden?

Corticosteroïden zijn geneesmiddelen die zijn afgeleid van bijnierschorshormonen, die ieder mens zelf aanmaakt. Wanneer deze middelen op de huid worden toegepast, spreekt men van dermatocorticosteroïden (derma = huid). Dermatocorticosteroïden worden niet alleen gebruikt bij psoriasis, maar ook bij een groot aantal andere huidziekten, waaronder alle vormen van eczeem. 
De drie belangrijkste effecten van deze geneesmiddelen zijn remming van een ontstekingsreactie in de huid, remming van de celdeling en dichtknijpen van zeer kleine bloedvaatjes (vasoconstrictie). Dit verklaart, waarom dermatocorticosteroïden effectief zijn bij de behandeling van psoriasis. Bij psoriasis is er immers een ontstekingsreactie in de huid, is de celdeling toegenomen en zijn de bloedvaatjes uitgezet (Wat gebeurt er in de huid van psoriasisplekken?). 

Dermatocorticosteroïden zijn er in vele toedieningsvormen, waaronder lotion, crème, zalf en gel. De lotions en gels zijn vooral geschikt voor het behaarde hoofd, de cr�mes voor de plooien en de zalf voor de rest van het lichaam. Er zijn 15 verschillende fabrieksmerken van dermatocorticosteroïden. Daarnaast zijn er diverse corticosteroïdpreparaten beschikbaar als apotheekbereidingen. Dit zijn zogenaamde FNA-preparaten, dat wil zeggen dat ze gestandaardiseerd bereid zijn volgens het Formularium van Nederlandse Apothekers. Tot deze FNA-preparaten behoren hydrocortisoncrème en zalf en triamcinoloncrème en zalf. 

Indeling in klassen

Dermatocorticosteroïden worden naar hun sterkte ingedeeld in vier klassen: 
Klasse 1 = zwak werkzaam. Preparaten uit deze klasse zijn te zwak voor de behandeling van psoriasis
Klasse 2 = matig sterk werkzaam
Klasse 3 = sterk werkzaam
Klasse 4 = zeer sterk werkzaam

De grenzen tussen deze klassen zijn niet scherp en vooral bij de nauwkeurigheid van de indeling voor preparaten van klasse 2 en 3 kunnen vraagtekens worden gezet.

Werkzaamheid

De werkzaamheid van een geneesmiddel met een corticosteroïd op de psoriasisplekken hangt niet alleen af van welk dermatocorticosteroïd gebruikt wordt, maar ook van de toedieningsvorm en van de toestand van de huid. De indruk bestaat dat zalven iets beter werken dan crèmes, en dat crèmes op hun beurt wat effectiever zijn dan lotions. Aan sommige preparaten zijn stoffen toegevoegd zoals salicylzuur, ureum en propyleenglycol, met het doel om de corticosteroïden beter in de huid te laten binnendringen (de penetratie te bevorderen). Op plaatsen waar de huid dun is zoals de plooien, de geslachtsorganen, de oogleden en het voorhoofd zal er meer van het corticosteroïd in de huid worden opgenomen (en werkt dus sterker) dan op plaatsen met een dikke huid zoals de handpalmen en de voetzolen. 

Bijwerkingen van dermatocorticosteroïden 

Bij veel mensen bestaat een grote angst voor en soms afkeer van het gebruik van corticosteroïden. Dat komt omdat iedereen wel eens gehoord heeft van de bijwerkingen van deze geneesmiddelen en ze in de bijsluiter breed uitgemeten worden. Inderdaad zijn sommige bijwerkingen niet zeldzaam en kunnen soms ook ernstige bijwerkingen optreden. Deze geneesmiddelen worden echter al zeer lang gebruikt en door op de juiste wijze te behandelen (wat dat inhoudt wordt verderop besproken) kan ernstige en onherstelbare schade eigenlijk altijd worden voorkomen. Men hoeft dus echt niet bang te zijn voor behandeling met dermatocorticosteroïden. Er worden twee soorten bijwerkingen onderscheiden: lokale bijwerkingen (van de huid zelf) en systemische bijwerkingen. De systemische bijwerkingen ontstaan doordat er (te) veel van het corticosteroïd door de huid wordt opgenomen en in het bloed terechtkomt. 

Lokale bijwerkingen 

De kans op het ontstaan van bijwerkingen neemt toe met de sterkte van het corticosteroïd. hydrocortisonacetaat, een klasse-1-preparaat, veroorzaakt zelden lokale bijwerkingen, maar een klasse-4-preparaat kan bij onjuist gebruik na enkele weken tot maanden leiden tot bijwerkingen. Sommige van deze bijwerkingen, zoals geringe verdunning van de huid, zullen zich herstellen, maar andere, zoals striae (striemen), blijven altijd bestaan. Bijwerkingen ontstaan meestal alleen bij langdurig en dagelijks gebruik van corticosteroïden. Het risico is groter op plaatsen waar de huid dun is, bijvoorbeeld in het gezicht, op de oogleden, in de lichaamsplooien (waar gemakkelijk striae kunnen ontstaan) of op de geslachtsorganen. 
Ook wanneer de zalf afgedekt wordt (bijvoorbeeld door af te sluiten met plastic) of onder een luier wordt de kans op bijwerkingen vergroot. 

Tot de bijwerkingen die niet zeldzaam zijn behoren de volgende: 

  • Atrofie. Dit is een verdunning van de huid. 
  • Dermatitis perioralis en dermatitis periocularis. Dit is een uitslag rond de mond (peri = rondom, oralis = van de mond) of rond de ogen (ocularis = van de ogen) 
  • Striae. Dit zijn de striemen zoals die kunnen optreden op de buik van vrouwen tijdens en na een zwangerschap. Deze striae als bijwerking van het gebruik van corticosteroïden worden vooral gezien in de liezen, de oksels en de elleboogplooien, met name bij mensen in de leeftijdscategorie van 17-22 jaar (adolescenten) 
  • Couperose. Dit zijn fijne rode adertjes. Het gezicht (vooral de wangen) is erg gevoelig voor het optreden van deze bijwerking 
  • Het onherkenbaar worden van een schimmelinfectie (tinea incognito). De kenmerkende afwijkingen van een schimmelinfectie worden door het corticosteroïd onderdrukt.


Tot de bijwerkingen die relatief zelden voorkomen behoren:

  • acneïorme eruptie: een op acne lijkende uitslag in het gezicht 
  • contactallergie: men wordt overgevoelig voor het corticosteroïd of een van de stoffen in het gebruikte preparaat (allergisch contacteczeem) 
  • hypertrichose: toename van haartjes, vooral op het gezicht van vrouwen 
  • hypopigmentatie: lichter worden van de huid 
  • purpura en ecchymosen: kleinere en grotere bloeduitstortingen in de huid, doordat de kleine bloedvaatjes verzwakt zijn door het gebruik van corticostero�den 
  • verergering van bestaande infecties: de normale (en nuttige) afweer tegen infecties wordt door de corticosteroïden onderdrukt 
  • vertraagde genezing van wonden 
  • rebound fenomeen: na het staken van de corticosteroïden komt de psoriasis erger terug

De kans op het optreden van deze lokale bijwerkingen wordt sterk verminderd door in de onderhoudsfase intermitterend (3-4 dagen per week wel, 4-3 dagen niet) te gaan behandelen. Op deze wijze wordt ook langdurige behandeling als veilig beschouwd.

Systemische bijwerkingen

Systemische bijwerkingen kunnen ontstaan wanneer ten gevolge van langdurige behandeling met (te) grote hoeveelheden corticosteroïden er (te) veel daarvan door de huid wordt opgenomen en in het bloed terecht komt. Corticosteroïden zijn hormonen die ook worden geproduceerd door de bijnier en wanneer er veel van deze hormonen in het bloed komen door behandeling met hormoonzalven, kan dit leiden tot het zogeheten syndroom van Cushing.
De belangrijkste symptomen daarvan zijn gewichtstoename, vollemaansgezicht, dunne kwetsbare huid, slechte wondgenezing en psychische veranderingen. Wanneer de behandeling met de corticosteroïden plotseling gestopt wordt, ontstaat er juist een gebrek aan bijnierschorshormonen. De langdurige behandeling met dermatocorticosteroïden en de opname daarvan in het bloed door de huid heeft de bijnier namelijk gemaakt en de werking ervan is dan onderdrukt. Door deze bijnierschorsinsufficiëntie ontstaat de ziekte van Addison. De belangrijkste symptomen daarvan zijn algehele moeheid en zwakte, bruine verkleuring van de huid, gewichtsverlies, zouthonger en lage bloeddruk. Andere mogelijke systemische bijwerkingen zijn osteoporose (poreus worden van de botten), oogafwijkingen zoals glaucoom (verhoogde oogboldruk) en cataract (staar), aseptische botnecrose (het afsterven van een stukje bot) en bij kinderen remming van de lengtegroei.

Hoe worden systemische bijwerkingen voorkomen?

Bij volwassenen zijn systemische bijwerkingen zeldzaam, zeker indien men zich houdt aan de maximaal toegestane hoeveelheden (zie verder). Bij kinderen ontstaan systemische bijwerkingen eerder, omdat ze in relatie tot hun lichaamsgewicht een groter huidoppervlak hebben dan volwassenen. 
Dat is de reden dat kinderen met zwakkere corticosteroïden worden behandeld dan volwassenen en de toegestane hoeveelheden beperkt zijn. Ook zal de dermatoloog zo snel mogelijk met het zwakst mogelijke corticosteroïd gaan behandelen en intermitterend (d.w.z. 3-4 dagen per week behandelen, 4-3 dagen per week geen behandeling of een andere behandeling). 
Bij langdurig (meer dan 3 maanden), intensief gebruik van lokale corticosteroïden moet de ontwikkeling van de lichaamslengte gecontroleerd worden door om de drie maanden de lengte te meten en in een curve uit te zetten. Ook voor kinderen geldt echter dat, indien men de maximum te smeren hoeveelheden niet overschrijdt (waarbij ook gerekend worden de hormonen die geïnhaleerd worden en als tabletten worden toegediend, bijvoorbeeld bij astma), de kans op systemische bijwerkingen gering is.

Hoe gaat de behandeling met dermatocorticosteroïden in zijn werk?

De keuze van het dermatocorticosteroïd is afhankelijk van de plaats waar de psoriasisplekken zitten, de vorm van psoriasis en de leeftijd van de patiënt. Niet alle dermatologen gebruiken dezelfde preparaten. Voor psoriasis op de oogleden, de geslachtsorganen, in de plooien en in het gezicht worden meestal preparaten van klasse 2 gebruikt. Voor plaque psoriasis op de rest van het lichaam worden doorgaans klasse 3 en klasse 4 dermatocorticosteroïden voorgeschreven. Voor kinderen jonger dan 2 jaar gebruikt men als maximale sterkte klasse 2. Kinderen die ouder zijn dan 2 jaar krijgen klasse 2 en alleen in uitzonderingsgevallen klasse 3 dermatocorticosteroïden. 
Bij de behandeling van psoriasis met corticosteroïden wordt onderscheid gemaakt tussen een beginfase en een onderhoudsfase. In de beginfase wordt het geneesmiddel 1 of 2 maal per dag aangebracht, totdat een bevredigend resultaat is bereikt. Meestal is dat na enkele weken het geval. Er zijn aanwijzingen dat 1x per dag smeren (nagenoeg) net zo effectief is als 2x per dag het middel aanbrengen. De onderhoudsfase kan lang duren, omdat het stoppen van de behandeling zal resulteren in de snelle terugkeer van de psoriasisplekken. Elke dag blijven smeren zal echter onherroepelijk aanleiding geven tot bijwerkingen. Bovendien vermindert de werkzaamheid door dagelijks gebruik sterk; dit fenomeen heet tachyfylaxie. Om dit te voorkomen adviseert men gewoonlijk het corticosteroïd in de onderhoudsfase gedurende een beperkt aantal dagen per week aan te brengen en wel eenmaal daags. Een veel gebruikt schema is drie (of vier) opeenvolgende dagen per week behandelen met een corticosteroïd, gevolgd door drie (of vier) dagen zonder behandeling of met een verzorgende crème of bijvoorbeeld met een vitamineD3-afgeleide. Ook wordt voor de onderhoudsfase soms een zwakker preparaat gebruikt dan in de beginfase.
Om de kans op bijwerkingen te verkleinen, mag per week niet meer dan een bepaalde hoeveelheid van het dermatocorticosteroïd gebruikt. Voor volwassenen geldt voor de preparaten van klasse 2 en klasse 3 een maximale hoeveelheid van 100 gram per week. De hoeveelheid van middelen uit klasse 4 moet beperkt blijven tot 50 gram per week.
Bij kinderen is men extra voorzichtig, omdat zij een grotere kans hebben op systemische bijwerkingen zoals onderdrukking van de bijnier en remming van de lengtegroei. Men zal dus proberen met een zo zwak mogelijk corticosteroïd uit te komen en ook zijn de toegestane hoeveelheden geringer. Afhankelijk van de leeftijd van het kind worden hoeveelheden van 30-60 gram per week van klassen 1 en 2 als veilig beschouwd. Klasse drie wordt alleen in uitzonderingsgevallen gegeven. De sterkte van het corticosteroïd moet zo snel mogelijk worden afgebouwd en zodra mogelijk zal worden overgegaan op de onderhoudsbehandeling met 3-4 behandeldagen per week.

Gebruik in de zwangerschap en tijdens borstvoeding

Toepassing van dermatocorticosteroïden bij zwangere dieren kan leiden tot aangeboren afwijkingen. Bij mensen is een dergelijk effect nooit aangetoond. Het gebruik tijdens de zwangerschap van normale hoeveelheden van de dermatocorticosteroïden, die momenteel in Nederland verkrijgbaar zijn, wordt als veilig beschouwd. Bijwerkingen van het gebruik van dermatocorticosteroïden bij zogende vrouwen zijn niet bekend. Het aanbrengen van een corticosteroïd op de tepels voor het zogen dient echter te worden vermeden, omdat de baby anders de hormonen in de mond kan krijgen.

Ditranol

Ditranol (synoniem: cignoline) wordt als geneesmiddel voor psoriasis al vanaf 1916 gebruikt. In Nederland is ditranol beschikbaar in FNA crèmes in verschillende concentraties. Ditranol is een effectief middel voor de behandeling van psoriasis, maar heeft enkele belangrijke nadelen. Het eerste is dat crèmes met ditranol de huid kunnen irriteren. Vooral het gezicht, de hals, de geslachtsorganen en de plooien zijn daar erg gevoelig voor. Daarnaast zijn verkleuring van de huid, blijvende vlekken in en verkleuring van kleding, beddengoed en meubilair andere vervelende nadelen van ditranol. Bij gebruik op het hoofd kan het haar paars verkleuren. De verkleuring van de huid verdwijnt meestal binnen twee weken, de vlekken in textiel zijn vaak erg moeilijk te verwijderen; gebruik van oude kleren tijdens een behandeling met ditranol is daarom aan te raden. Bij gebruik van ditranol is er verder kans op ontsteking van de oogleden door het (onopzettelijk) aanbrengen van ditranol op die plaats via de vingers. Verder is ditranol een zeer veilig geneesmiddel.

Terwijl vroeger pastaïs met ditranol werden gebruikt die 24 uur moesten blijven zitten, wordt tegenwoordig nog slechts de zogeheten korte contacttherapie toegepast. Dat houdt in dat de crèmes al na korte tijd (maximaal 45 minuten) worden afgewassen. Men begint met een crème met een lage concentratie ditranol en hoogt de concentraties geleidelijk op. Ook de tijd dat de crème blijft zitten wordt geleidelijk verlengd van 10 naar 45 minuten, afhankelijk van of irritatie optreedt. Voor het bereiken van een goed resultaat is een intensieve begeleiding door een dermatoloog nodig en moet men zeer goed gemotiveerd zijn. De behandeling wordt tegenwoordig nagenoeg alleen nog in dagbehandelcentra toegepast. 

Koolteer

Koorteer wordt al meer dan een eeuw gebruikt voor de behandeling van psoriasis, vooral in combinatie met ultraviolet licht belichtingen (de zogeheten Goeckermann behandeling). Teer geeft vlekken en het ruikt onaangenaam. Het is een complex mengsel van verbindingen. Het bevat onder meer polyaromatische koolwaterstoffen, waarvan is vastgesteld dat ze kankerverwekkend zijn. Het langdurige gebruik van koolteer op de huid zal de kans op huidkanker misschien licht verhogen. Deze kankerverwekkende stoffen worden ook door de huid opgenomen en komen dan in het lichaam terecht. Of mensen die met teer behandeld zijn daardoor ook meer kans hebben op inwendige kanker is niet bekend. Andere mogelijke bijwerkingen zijn ontstekingen van de haarzakjes (folliculitis) en allergisch contacteczeem

In Nederland wordt teer vooral gebruikt in dagbehandelcentra, in combinatie met ultraviolet B lichtbehandelingen. Koolteer in de vorm van solutio carbonis detergens met menthol is verkrijgbaar als shampoo (Denorex RX), dat een nuttig effect kan hebben bij de behandeling van psoriasis op het behaarde hoofd en dat als veilig beschouwd wordt. Voor de bereiding van teerpreparaten gelden strikte ARBO-eisen (veiligheidsmaatregelen).

Salicylzuur 

Salicylzuur is een geneesmiddel dat bij psoriasis toegepast wordt omdat het de overmatige schilfering, die kenmerkend is voor psoriasis, losmaakt. Daardoor kunnen andere geneesmiddelen en ook de ultraviolette straling van belichtingstherapie dieper in de psoriasisplekken binnendringen en dus beter werken. Vaak wordt salicylzuur dus toegevoegd aan een ander geneesmiddel, vooral corticosteroïden. Een enkele keer wordt salicylzuur in bijvoorbeeld vaseline gebruikt om zeer sterk verhoornde psoriasisplekken eerst te ontschilferen, voordat ze met andere middelen of methoden behandeld worden.

UVB- lichttherapie 

Lichttherapie is gebaseerd op de ervaring dat veel mensen met psoriasis baat hebben bij blootstelling van hun psoriasisplekken aan zonlicht. Bij lichttherapie worden mensen met psoriasis behandeld met ultraviolette stralen. Er zijn twee vormen van lichttherapie: UVB en PUVA. 

Wat is UVB?

UVB is de afkorting van ultraviolet B. Dit is elektromagnetische straling met een golflengte tussen de 280-320 nanometer. Vroeger werd gebruik gemaakt van lampen die ultraviolet met alle golflengtes in dit spectrum uitstralen, zogeheten breedspectrum UVB. Tegenwoordig worden meestal lampen gebruikt die hoofdzakelijk golflengtes van ongeveer 311 nanometer uitzenden: smalspectrum UVB. Smalspectrum UVB is namelijk effectiever dan breedspectrum UVB. Belichting met ultraviolet B remt twee processen die bij psoriasis belangrijk zijn: de ontstekingsreactie in de lederhuid en de verhoogde celdeling in de opperhuid.

De behandeling met UVB

UVB therapie wordt meestal poliklinisch toegepast en ook veel in dagbehandelcentra. Er is ook een mogelijkheid om de lampen (tijdelijk) thuis te krijgen. Voorwaarde voor een succesvolle thuisbehandeling is wel dat de mensen die dat willen goed gemotiveerd zijn, een goed inzicht hebben in de therapie en goed ondersteund en geïnstrueerd worden door het bedrijf dat de lampen verhuurt en door de behandelende dermatoloog. Omdat de kans op (ernstige) verbrandingen thuis groter is en de effectiviteit (door minder frequente controle en eventuele noodzakelijke aanpassing van het behandelschema) vaak minder, zullen alleen mensen die om zwaarwegende redenen niet in het behandelcentrum kunnen komen, voor deze thuisbehandeling in aanmerking komen. 

In de eerste behandelsessie wordt kortdurend belicht en geleidelijk aan wordt de belichtingsduur (dermatologen rekenen overigens in belichtingsenergie en niet zozeer in belichtingstijd) opgevoerd. Dat is nodig, omdat de huid zal verbranden wanneer te lang belicht wordt (net als wanneer men te lang in de zon heeft gelegen).

Sommige dermatologen doen eerst een proefbehandeling van een klein plekje huid om te zien hoe gevoelig men is voor de ultraviolette straling en bepaalt aan de hand daarvan de begindosis UV. Meestal wordt het belichtingsschema echter gebaseerd op welk huidtype men heeft:

Huidtype I verbrandt altijd, wordt nooit bruin 
Huidtype II verbrandt altijd, wordt soms bruin 
Huidtype III verbrandt soms, wordt altijd bruin 
Huidtype IV verbrandt nooit, wordt altijd bruin 
Huidtype V licht gepigmenteerde huid 
Huidtype VI donker gepigmenteerde huid 

Hoe lager het huidtype (vooral I en II), des te voorzichtiger moet men zijn: korte belichting, geleidelijk ophogen. Bij de donkerder huidtypen kan de eerste belichting al veel langer zijn en kan de belichting sneller opgevoerd worden. Er wordt bij de behandeling naar gestreefd dat er een lichte (niet-pijnlijke) roodheid van de huid ontstaat door de belichting. De ogen moeten afgedekt worden met een speciaal brilletje. 

Ook moeten bij mannen de geslachtsorganen worden bedekt, omdat daar de kans op het ontstaan van huidkanker verhoogd is.

De werkzaamheid van UVB

UVB is voor psoriasis een zeer effectieve behandeling. Bij iets meer dan de helft van de behandelde mensen treedt een verbetering (gemeten met behulp van de PASI) van meer dan 90% op. Voor het bereiken van dit resultaat of een zeer aanzienlijke verbetering zijn gemiddeld 25-30 behandelingen nodig, die driemaal per week gegeven worden. Wanneer daarna een onderhoudsdosering gegeven wordt (van bijvoorbeeld eenmaal per 5 dagen) kan het resultaat vaak behouden blijven. Toch wordt dit niet aangeraden, omdat langdurige belichting niet goed is voor de huid (zie hieronder). UVB therapie is waarschijnlijk iets minder effectief dan de andere belichtingstherapie, PUVA, maar heeft veel minder bijwerkingen.

Bijwerkingen van UVB

Bijwerkingen die tijdens de therapie kunnen optreden zijn roodheid, verbranding, droge huid met jeuk, opvlammen van een koortslip (als men die van te voren al had) en oogontsteking. Bij langdurige behandeling kan de huid vroegtijdig verouderen en is er misschien wat meer kans op het ontstaan van sommige vormen van huidkanker. Dat zijn overigens dezelfde effecten die optreden wanneer men de huid vaak blootstelt aan zonlicht.

Voorzorgsmaatregelen bij de behandeling met UVB

Sommige mensen kunnen niet met UVB behandeld worden. Dat zijn bijvoorbeeld mensen die al eerder behandeld zijn met UVB, maar daarop niet reageerden of bijwerkingen kregen. Ook mensen met een overgevoeligheid voor licht, met ziekten waardoor zij een verhoogd risico op huidkanker hebben, mensen zonder pigment (albinoïs), mensen met huidkanker en zij die medicijnen gebruiken die een lichtovergevoeligheid kunnen veroorzaken, komen niet in aanmerking voor behandeling met UVB. 

PUVA - Lichttherapie 

Wat is PUVA?

PUVA is een afkorting van Psoraleen-UVA. Deze lichtbehandeling is een combinatie van belichting met ultraviolet licht van het type UVA (320-400 nanometer) en psoralenen. Psoralenen zoals methoxsaleen zijn geneesmiddelen die de huid extra gevoelig maken voor de inwerking van de UVA straling. PUVA behandeling remt twee processen die bij psoriasis belangrijk zijn: de ontstekingsreactie in de lederhuid en de verhoogde celdeling in de opperhuid.

De behandeling met PUVA

Het methoxsaleen wordt als tabletten of capsules gegeven (Oxsoralen, Geroxalen). In dagbehandelcentra en academische ziekenhuizen kan ook Bad-PUVA worden toegepast, waarbij het medicijn in het badwater wordt gedaan en waarbij dus geen tabletten hoeven te worden ingenomen. Belichting met UVA gebeurt meestal in belichtingscabines, bij BAD-PUVA direct na het baden, bij gebruik van de tabletten of capsules 1,5-2 uur na inname daarvan.

In de eerste behandelsessie wordt kortdurend belicht en geleidelijk aan wordt de belichtingsduur (dermatologen rekenen meer in belichtingsenergie dan in belichtingstijd) opgevoerd. Dat is nodig, omdat de huid zal verbranden wanneer te lang bestraald wordt (net als wanneer men te lang in de zon heeft gelegen). 

Sommige dermatologen doen eerst een proefbehandeling van een klein plekje huid om te zien hoe gevoelig men is voor de ultraviolette straling en bepaalt aan de hand daarvan de begindosis UVA. Meestal wordt het belichtingsschema echter gebaseerd op welk huidtype men heeft:

Huidtype I verbrandt altijd, wordt nooit bruin 
Huidtype II verbrandt altijd, wordt soms bruin 
Huidtype III verbrandt soms, wordt altijd bruin 
Huidtype IV verbrandt nooit, wordt altijd bruin 
Huidtype V licht gepigmenteerde huid 
Huidtype VI donker gepigmenteerde huid 

Hoe lager het huidtype (vooral I en II), des te voorzichtiger moet men zijn: korte belichting, geleidelijk ophogen. Bij de donkerder huidtypen kan de eerste belichting al veel langer zijn en kan de bestaling sneller opgevoerd worden. Er wordt bij de behandeling naar gestreefd dat er een lichte (niet-pijnlijke) roodheid van de huid ontstaat door de belichting. De ogen moeten afgedekt worden met een speciaal brilletje. Ook moeten bij mannen de geslachtsorganen worden bedekt, omdat daar de kans op het ontstaan van huidkanker verhoogd is.

De werkzaamheid van PUVA

PUVA is voor psoriasis een zeer effectieve behandeling. Bij 87% van de behandelde mensen treedt een verbetering (gemeten met behulp van de PASI) van meer dan 75% op en bij ongeveer 2/3 wordt zelfs meer dan 90% verbetering gezien of verdwijnen alle psoriasisplekken. Voor het bereiken van dit resultaat wordt 2-3 keer per week behandeld gedurende 6-10 weken. Wanneer daarna een onderhoudsdosering gegeven wordt (van bijvoorbeeld eenmaal per 5 dagen) kan het resultaat vaak behouden blijven. Toch wordt dit niet aangeraden, omdat langdurige belichting niet goed is voor de huid en zal leiden tot huidveroudering en een toegenomen kans op het ontstaan van sommige vormen van huidkanker. PUVA is wat effectiever dan de andere vorm van lichttherapie, UVB, maar heeft ook meer bijwerkingen.

Bijwerkingen van PUVA

De meest voorkomende bijwerkingen van PUVA op de huid zijn jeuk, droge huid, verbranding van de huid (soms met blaren), opvlammen van een koortslip (als men die van te voren al had). De capsules en tabletten willen nog wel eens maagdarmstoornissen (misselijkheid, diarree) veroorzaken en hoofdpijn. Bij langdurige behandeling kan de huid vroegtijdig verouderen, kunnen pigmentverschuivingen optreden, sproeten en verhoorningen van de huid (actinische keratosen), waarvan sommige kwaadaardig kunnen worden. Daarnaast verhoogt PUVA op langere termijn de kans op het ontstaan termijn van sommige vormen van huidkanker, vooral het plaveiselcelcarcinoom  en ook het gevaarlijke melanoom. Hoe sterk het risico daarop vergroot is, is afhankelijk van de totale dosis UVA die men in totaal gehad heeft. Een niet zo heel veel voorkomende, maar zeer onaangename, bijwerking is een zeer pijnlijk branderig gevoel dat skin pain genoemd wordt. De behandeling hiervan is zeer moeizaam en de pijn gaat pas na weken tot maanden geheel over.

Voorzorgsmaatregelen bij de behandeling met PUVA

Sommige mensen kunnen niet met PUVA behandeld worden. Dat zijn bijvoorbeeld mensen die al eerder behandeld zijn met PUVA, maar daarop niet reageerden of ernstige bijwerkingen kregen. Ook mensen met een overgevoeligheid voor licht, met een verhoogd risico op huidkanker, mensen die al huidkanker hebben (gehad) en zij die medicijnen gebruiken die een lichtovergevoeligheid kunnen veroorzaken of die de immuniteit onderdrukken, komen niet in aanmerking voor behandeling met PUVA. Datzelfde geldt voor zwangere vrouwen en mannen en vrouwen die kinderwens op korte termijn hebben. 

Methotrexaat

Wat is methotrexaat?

Methotrexaat wordt al sinds meer dan 40 jaar gebruikt voor de behandeling van ernstige psoriasis. Het middel heeft ook een goed effect op psoriasis pustulosa en psoriasis erytrodermie. 
Het precieze werkingsmechanisme is nog onopgehelderd. Methotrexaat remt de celdeling van keratinocyten en ontstekingscellen en heeft ook invloed op de immuniteit (Wat gebeurt er in de huid van psoriasisplekken?).

De behandeling met methotrexaat

Methotrexaat wordt gegeven in de vorm van tabletten van 2,5 mg. Men begint meestal met een proefdosis van 2,5-5 mg om na een week te bepalen of dit ongewenste effecten op de bloedaanmaak heeft veroorzaakt. Daarna kan gestart worden met een lage dosis, die geleidelijk wordt opgebouwd tot maximaal 22,5 mg per week. Meestal worden, om de kans op bijwerkingen te beperken, de pillen niet dagelijks ingenomen, maar op 2 dagen per week in 3 gelijke doses (bijvoorbeeld maandagochtend 1/3 van de dosis, maandagavond 1/3 en dinsdagochtend 1/3). Wanneer de psoriasis (bijna) verdwenen is, wordt overgegaan op een zo laag mogelijke onderhoudsdosering.

Werkzaamheid van methotrexaat 

Het meeste onderzoek naar de werkzaamheid van methotrexaat is lang geleden verricht en werd niet volgens de huidige standaarden uitgevoerd. Het percentage patiënten dat meer dan 90% verbetering bereikt, varieert in diverse studies tussen de 60 en 90%. Bijna 4/5 van de met methotrexaat behandelde mensen kan een verbetering van 75% of meer van de psoriasis halen. Wanneer de behandeling gestopt wordt, komt de psoriasis bij nagenoeg iedereen binnen een jaar weer terug, zodat meestal gekozen wordt voor een onderhoudsdosering. Uit recent Nederlands onderzoek komt naar voren dat methotrexaat ongeveer even effectief is als ciclosporine.

Bijwerkingen van methotrexaat

Bijwerkingen komen veel voor en kunnen ernstig zijn. Vele patiënten krijgen maagdarmklachten tijdens de behandeling (misselijkheid, braken, diarree). Methotrexaat kan de aanmaak van rode en witte bloedcellen in het beenmerg onderdrukken. De belangrijkste bijwerking die de toepassing van methotrexaat beperkt is beschadiging van de lever (hepatotoxiciteit). De kans hierop is groter bij mensen die alcohol gebruiken, bij te zware mensen (obesitas), bij suikerziekte en bij het gebruik van bepaalde geneesmiddelen. Acute schade aan de lever kan worden ontdekt door bloedonderzoek en echografie, maar voor onderzoek naar schade op langere termijn moet soms een leverbiopsie worden verricht. 
Daarbij wordt onder plaatselijke verdoving door de buikhuid heen een stukje uit de lever weggehaald met een soort naald. Als er zichtbare schade is, moet de behandeling altijd worden gestaakt. Longafwijkingen door methotrexaat zijn zeldzaam, maar kunnen dodelijk zijn. 

Voorzorgsmaatregelen bij de behandeling met methotrexaat

Er zijn vele redenen (waaronder diverse ziekten, zwangerschap, kinderwens en het gebruik van bepaalde medicijnen) waarom mensen niet met methotrexaat behandeld kunnen worden. Daar zal de dermatoloog goed naar kijken. Ook worden regelmatige polikliniek controles afgesproken en wordt bloed en urine onderzocht en de eerste keer een röntgenfoto van de longen gemaakt. Soms geeft de dermatoloog samen met methotrexaat ook foliumzuur, dat de kans op sommige bijwerkingen zoals misselijkheid zou verkleinen.

Ciclosporine 

Wat is ciclosporine?

Ciclosporine is een zogeheten immuunsuppressivum, een middel dat de immuniteit (afweer) onderdrukt. Het remt onder andere de deling van T-lymfocyten, die bij psoriasis een belangrijke rol spelen (Wat gebeurt er in de huid van psoriasisplekken?). Het wordt sinds ongeveer 15 jaar gebruikt voor de behandeling van psoriasis.

Behandeling met ciclosporine

Ciclosporine voor de behandeling van psoriasis wordt gegeven in de vorm van capsules van 25 en 100 mg en als drank (100 mg/ml). De aanvangsdosis is 3 mg per kilogram lichaamsgewicht per dag, in 2 doses per dag in te nemen. Het effect op psoriasis is afhankelijk van de dosering: een hogere dosering leidt tot een beter en sneller resultaat (maar ook tot meer bijwerkingen). Bij onvoldoende effectiviteit kan de dosis verhoogd worden naar maximaal 5 mg/kg/dag. Geadviseerd wordt de behandeling geleidelijk af te bouwen wanneer de psoriasis nagenoeg verdwenen is. Bij acuut stoppen van de behandeling is de kans namelijk groot dat de psoriasis snel terugkomt.

De werkzaamheid van ciclosporine

De effectiviteit van de behandeling met ciclosporine is afhankelijk van de dosering: hoe hoger de dosis, des te beter het resultaat. Bij ongeveer 1 op de 3 wordt na 16 weken een verbetering van minimaal 75% bereikt en bij 1 op de 5 wordt zal de psoriasis na die tijd (bijna) genezen zijn.

Bijwerkingen van ciclosporine

Bijwerkingen van ciclosporine komen frequent voor en zijn soms ernstig. Hoge bloeddruk en nierfunctiestoornissen worden regelmatig gezien en kunnen ernstig zijn. Andere bijwerkingen zijn haargroei in het gelaat en op het lichaam, opzwelling van het tandvlees, tintelingen in de handen en voeten, leverfunctiestoornissen en maagdarmklachten. 

Voorzorgsmaatregelen bij de behandeling met ciclosporine

Er zijn vele redenen (waaronder zwangerschap, hoge bloeddruk, nierfunctiestoornissen, leverfunctiestoornissen, kanker, voorafgaande behandelingen met arseen, ioniserende straling en PUVA, en het gebruik van bepaalde medicijnen) waarom mensen niet met ciclosporine behandeld kunnen worden. Daar zal de dermatoloog goed naar kijken. Ook worden regelmatige polikliniek controles afgesproken, wordt bloed en urine onderzocht en wordt de bloeddruk regelmatig gecontroleerd.

Acitretine

Wat is acitretine? 

Acitretine is een geneesmiddel dat is afgeleid van vitamine A. Acitretine zelf wordt gebruikt vanaf 1988, daarvoor was er al ervaring opgedaan met een ander vitamine A-afgeleide (etretinaat) voor de behandeling van psoriasis. De vitamine A-afgeleiden (hiervoor wordt meestal de term retinoïden gebruikt) onderdrukken de celdeling van keratinocyten, verminderen het aantal ontstekingscellen en beïnvloeden de immuniteit (Wat gebeurt er in de huid van psoriasisplekken?). 

De behandeling met acitretine

Acitretine wordt gegeven in de vorm van capsules van 10 en 25 mg. De begindosis is 0,3-0,4 mg per kilogram lichaamsgewicht per dag gedurende drie tot vier weken. Bij vrouwen wordt gestart na een maand betrouwbare anticonceptie, tijdens de menstruatie of na een negatieve zwangerschapstest. Daarna wordt de dosis aangepast aan de reactie op de behandeling, waarbij zowel gekeken wordt naar de resultaten als naar de bijwerkingen. Deze dosering varieert dan van 0,5-0,8 mg per kilogram lichaamsgewicht dag en is maximaal 1 mg/kg/dag. Zodra de psoriasis bijna is verdwenen, kan men
de behandeling staken of kan besloten worden tot een onderhoudsbehandeling. De duur daarvan en de onderhoudsdosering worden individueel bepaald aan de hand van het resultaat en de bijwerkingen.

De werkzaamheid van acitretine

Van alle systemische behandelingen is acitretine de minst effectieve. Ook UVB en PUVA werken beter. Van de mensen die er mee behandeld worden zal slechts bij 1 op de 5 een verbetering van 75% van de psoriasisplekken optreden en bij minder dan 1 op de 10 zal de psoriasis (bijna) verdwijnen. Bij hogere doseringen werkt acitretine beter, maar geeft dan vaak onacceptabele bijwerkingen. De werkzaamheid kan aanzienlijk verhoogd worden door acitretine te combineren met PUVA of UVB. 

Bijwerkingen van acitretine

Bij nagenoeg iedereen die met acitretine behandeld wordt zullen bijwerkingen optreden. De meeste daarvan zijn van de huid, de huidaanhangsels en de slijmvliezen: droge huid, droge slijmvliezen (neus, ogen), jeuk, schilfering, plakkerige huid, neusbloedingen, haaruitval, nagelafwijkingen en gevoeligheid van de huid voor verbranding. Daarnaast komen hoofdpijn, spier- en gewrichtspijnen regelmatig voor. Acitretine kan in zeldzame gevallen de lever beschadigen en verhoogt soms het vetgehalte in het bloed. Een zeer ernstige bijwerking is dat het middel de ongeboren vrucht van zwangere vrouwen kan misvormen. Nachtblindheid kan vooral bij mensen die 's nachts moeten rijden een probleem en gevaarlijk zijn. 

Voorzorgsmaatregelen bij de behandeling met acitretine 

Er zijn vele redenen (waaronder nier- en leveraandoeningen, alcoholmisbruik, te hoog vetgehalte in het bloed, zwangerschap en zwangerschapswens, en het gebruik van bepaalde medicijnen) waarom mensen niet met acitretine behandeld kunnen worden. Daar zal de dermatoloog goed naar kijken. Ook worden regelmatige polikliniek controles afgesproken, wordt bloed en urine onderzocht en worden bij langdurige behandeling jaarlijks röntgenfoto's van de wervelkolom gemaakt. Vrouwen mogen tot 2 jaar na het stoppen van de behandeling absoluut niet zwanger worden.

Fumaraten

Wat zijn fumaraten?

Fumaraten zijn geneesmiddelen die zijn afgeleid van fumaarzuur. Deze medicijnen werden voor het eerst gebruikt in Duitsland in 1959. Fumaraten onderdrukken de celdeling van keratinocyten en van T-cellen en hebben een gunstige invloed op de ontstekingsreactie in de huid van psoriasisplekken (Wat gebeurt er in de huid van psoriasisplekken?). De behandeling met fumaraten in de vorm van Fumaderm-tabletten is in Nederland niet geregistreerd. De consequenties daarvan zijn dat de dermatoloog een zogeheten artsenverklaring moet ondertekenen en dat het medicijn vrijwel nooit door de zorgverzekeraars wordt vergoed. In plaats van Fumaderm wordt daarom meestal een geneesmiddel gebruikt dat precies dezelfde samenstelling heeft en dat in Nederland wordt bereid.

De behandeling met fumaraten 

Bij de behandeling met fumaraten wordt gebruik gemaakt van tabletten, die dimethylfumaraat en de calcium-, magnesium- en zinkzouten van monoethylfumaraat bevatten. Er bestaan lichte tabletten om de behandeling mee te beginnen en zwaardere tabletten voor voortzetting van de behandeling. Er wordt begonnen met 1 maal daags 1 lichte tablet en in de loop van 9 weken wordt de dosering verhoogd tot maximaal 6 zware tabletten per dag (3 maal daags 2). Deze maximale dosering blijft gehandhaafd totdat de psoriasis (bijna) verdwenen is. Vervolgens kan men tijdens de daaropvolgende weken de dosis verlagen met 1 tablet per week tot een dagelijkse onderhoudsdosis van 2-3 tabletten.

De werkzaamheid van fumaraten

Bij ongeveer 1 op de 4 mensen die met fumaraten worden behandeld is de psoriasis na 16 weken (bijna) verdwenen. Hoeveel mensen een duidelijke verbetering (maar geen genezing) laten zien is niet goed bekend. 

Bijwerkingen van fumaraten

De voornaamste bijwerkingen die bij systemische therapie met fumaraten kunnen optreden zijn: opvliegers, maagdarmklachten (misselijkheid, braken, diarree), jeuk, vermoeidheid, nier- en leverfunctiestoornissen, stijging van het cholesterol in het bloed en vermindering van de witte bloedcellen. Maagdarmklachten zijn regelmatig een reden om de behandeling te staken.

Voorzorgsmaatregelen bij de behandeling met fumaraten

Er zijn vele redenen (waaronder nier- en leveraandoeningen, hoge bloeddruk, hart- en vaatziekten, maagdarmklachten, zwangerschap, en het gebruik van bepaalde medicijnen) waarom mensen niet met fumaraten behandeld kunnen worden. Daar zal de dermatoloog goed naar kijken. Ook worden (vooral in het begin) regelmatige polikliniek controles afgesproken en wordt bloed en urine onderzocht.

Etanercept 

Wat is etanercept?

Etanercept is een biologisch geneesmiddel (een verzamelnaam voor gewijzigde eiwitten die zijn ontwikkeld om immunologische processen te beïnvloeden) dat de activiteit van tumornecrosisfactor-a en -b remt. Dit zijn stoffen die een belangrijke rol spelen bij de ontstekingsreactie in de psoriasisplekken. Het middel werd pas eind 2004 voor gebruik in Nederland geregistreerd. Het is een zeer duur geneesmiddel, dat momenteel alleen onder strikte voorwaarden door de zorgverzekeraars wordt vergoed.

De behandeling met etanercept 

Alleen mensen, die niet reageren op andere systemische therapieën of lichttherapie, kunnen in aanmerking komen voor behandeling met etanercept. Dit middel moet onder de huid worden ingespoten. Na dit geleerd te hebben kunnen de mensen dat zelf thuis doen. De aanbevolen dosis is 25 mg etanercept, twee maal per week per injectie toegediend. Bij zeer ernstige psoriasis en bij een hoog lichaamsgewicht kan voor maximaal 12 weken twee maal per week 50 mg gekozen worden, indien nodig gevolgd door een dosis van 25 mg twee maal per week. De behandeling met etanercept moet worden voortgezet tot de psoriasis (bijna) is verdwenen. Als daarna verergering optreedt kan opnieuw behandeld worden met etanercept. De patiënten zullen voorafgaand aan de behandeling een training krijgen over de toepassing van de behandeling en de veiligheidsaspecten.

De werkzaamheid van etanercept?

De effectiviteit van behandeling met etanercept moet door de dermatoloog gecontroleerd worden met behulp van de PASI (Psoriasis Area and Severity Index, een maat voor de uitgebreidheid en de ernst van psoriasis). In de dosis van 2x per week 25 mg heeft ongeveer 1 op de 3 na 12 weken behandeling een verbetering van tenminste 75% van de psoriasisplekken en bij ongeveer 1 op de 8 is de psoriasis (nagenoeg) verdwenen. Bij de hogere doses (tweemaal per week 50 mg) en bij langer durende behandeling (24 weken) behaalt ongeveer 60% van de mensen een verbetering van tenminste 75% en bij 30% van de behandelden verdwijnt de psoriasis (bijna) geheel. 

Bijwerkingen van etanercept

Etanercept lijkt een relatief veilig middel te zijn. De meest voorkomende bijwerkingen zijn infecties van de luchtwegen (verkoudheid, bronchitis) en reacties op de injectieplaatsen met roodheid, jeuk, pijn en zwelling. De ervaring met etanercept is nog kort en de effecten op langere termijn zijn nog niet goed bekend. Met name is onduidelijk of de behandeling het risico op het ontstaan van bepaalde vormen van kanker zal verhogen.

Voorzorgsmaatregelen bij de behandeling met etanercept

Mensen die overgevoelig zijn voor etanercept, mensen met een bloedvergiftiging of een verhoogd risico daarop en mensen met gestoorde afweer (immuniteit) door ziekte of medicijnen kunnen niet met etanercept behandeld worden. Er wordt om de 4-8 weken onderzoek gedaan van bloed en urine en de dermatoloog beoordeelt regelmatig de verbetering aan de hand van de PASI (Psoriasis Area and Severity Index, een maat voor de uitgebreidheid en de ernst van psoriasis).

Efalizumab

Wat is efalizumab?

Efalizumab is een biologisch geneesmiddel (een verzamelnaam voor gewijzigde eiwitten die zijn ontwikkeld om immunologische processen te beïnvloeden) dat een gunstige invloed heeft op de ontstekingsreactie in de psoriasisplekken. Het middel werd pas eind 2004 voor gebruik in Nederland geregistreerd. Efalizumab is een zeer duur geneesmiddel, dat momenteel alleen onder strikte voorwaarden door de zorgverzekeraars wordt vergoed.

De behandeling met efalizumab 

Alleen mensen, die niet reageren op andere systemische therapieën of lichttherapie, kunnen in aanmerking komen voor behandeling met efalizumab. Dit middel moet onder de huid worden ingespoten. Na dit geleerd te hebben kunnen de mensen dat zelf thuis doen. 
De eerste dosis bedraagt 0,7 milligram per kilogram lichaamsgewicht. Daarna dient men zichzelf elke week een onderhuidse injecties toe in een dosering van 1,0 mg per kilogram lichaamsgewicht. De duur van de behandeling is 12 weken. De behandeling mag daarna alleen worden voortgezet worden wanneer een verbetering van tenminste 50% van de PASI (Psoriasis Area and Severity Index, een maat voor de uitgebreidheid en de ernst van psoriasis) is bereikt, zoals uitgerekend door de dermatoloog. Als na het stoppen van de behandeling een verergering optreedt, kan opnieuw met efalizumab behandeld worden. Mensen die met efalizumab behandeld gaan worden krijgen voorafgaand aan de behandeling een training over de toediening van het geneesmiddel en over de veiligheidsaspecten.

De werkzaamheid van efalizumab 

De effectiviteit van behandeling met efalizumab moet door de dermatoloog gecontroleerd worden met behulp van de PASI (Psoriasis Area and Severity Index, een maat voor de uitgebreidheid en de ernst van psoriasis). Na 12 weken behandeling heeft ongeveer 1 op de 4 mensen een verbetering van tenminste 75% van de psoriasisplekken, na 24 weken is dat bij 44% van de mensen. Bij niet meer dan ongeveer 5% is de psoriasis na 12 weken (bijna) genezen. 

Bijwerkingen van efalizumab

Efalizumab lijkt een relatief veilig middel te zijn. Vooral na de eerste paar injecties hebben nogal wat mensen last van griepachtige verschijnselen zoals hoofdpijn, koorts, koude rillingen, misselijkheid en spierpijn. In de loop van de behandeling wordt dat een stuk minder. Ook worden er lichte afwijkingen in het bloed gezien, maar dat heeft geen betekenis.
De ervaring met efalizumab is nog kort en de effecten op langere termijn zijn nog niet goed bekend. Met name is onduidelijk of de behandeling op langere termijn het risico op het ontstaan van bepaalde vormen van kanker zal verhogen.

Voorzorgsmaatregelen bij de behandeling met efalizumab

Mensen die overgevoelig zijn voor efalizumab, mensen die kanker hebben gehad, mensen met tuberculose of een andere ernstige infectie en zij bij wie de afweer (immuniteit) is onderdrukt door ziekte of medicijnen kunnen niet met efalizumab behandeld worden. Er wordt om de 4-8 weken onderzoek gedaan van bloed en urine en de dermatoloog beoordeelt regelmatig de verbetering aan de hand van de PASI (Psoriasis Area and Severity Index, een maat voor de uitgebreidheid en de ernst van psoriasis).

Infliximab

Infliximab is een biologisch geneesmiddel (een verzamelnaam voor gewijzigde eiwitten die zijn ontwikkeld om immunologische processen te beïnvloeden) dat de activiteit van tumornecrosisfactor-a en -b remt. Dit zijn stoffen die een belangrijke rol spelen bij de ontsteking in de psoriasisplekken. Het middel is in Nederland nog niet geregistreerd. Infliximab is een zeer duur geneesmiddel en wordt nog niet door de zorgverzekeraars vergoed. Het wordt als experimentele behandeling in sommige ziekenhuizen eenmaal per week in een ader toegediend (een intraveneus infuus). 

Infliximab is waarschijnlijk effectiever dan de andere biologische geneesmiddelen. Een verbetering van minimaal 75% kan wel door 4 op de 5 er mee behandelde mensen gehaald worden. Bij ongeveer 50% zullen de psoriasisplekken zelfs (bijna) helemaal verdwijnen. Daar staat tegenover dat het middel ook meer bijwerkingen heeft, vooral ernstige infecties en overgevoeligheidsreacties. De ervaring met infliximab is nog kort en de effecten op langere termijn zijn nog niet goed bekend. Met name is onduidelijk of de behandeling het risico op het ontstaan van bepaalde vormen van kanker en auto-immuunaandoeningen (ziekten waarbij het immuunsysteem van het lichaam zich tegen de eigen weefsels richt) zal verhogen.

Wat kunt je zelf nog doen?


Het vet houden van de huid met crèmes en zalven is goed voor de huid. Ook baden met toevoeging van badolie is nuttig. Probeer niet te krabben, omdat daardoor soms nieuwe psoriasisplekken kunnen ontstaan. Het is natuurlijk gemakkelijker gezegd dan gedaan, maar probeer te accepteren dat u psoriasis heeft en dat de aandoening door behandeling weliswaar aanzienlijk verbeterd kan worden, maar daardoor niet zal genezen. 
Streef bij het behandelen van uw psoriasis niet naar perfectie, dat zal vaak tot frustratie leiden. Probeer u zo goed mogelijk te houden aan de instructies die u van de dermatoloog en ander medisch personeel heeft gekregen. Als u dat niet doet, kan dat de werkzaamheid van de behandeling verminderen, maar het kan soms ook tot meer bijwerkingen en mogelijk gevaarlijke situaties leiden.

Wat zijn de vooruitzichten (de prognose)?

Het beloop van een psoriasis is niet te voorspellen. De activiteit van de huidziekte kan sterk variëren, waarbij periodes van spontane verbetering (remissies) en verergering (exacerbatie) elkaar afwisselen. Hoelang de ziekte in individuele gevallen duurt, of er een spontane genezing optreedt, hoe lang deze zal duren en of de huidafwijkingen daarna weer terug zullen komen is onvoorspelbaar. De periode tot genezing kan jaren tot tientallen jaren duren en de meeste mensen houden hun psoriasis - soms wat minder, soms wat erger - hun hele leven lang. 

De vooruitzichten na behandeling zijn ook niet heel gunstig. In verreweg de meeste gevallen zullen de psoriasisplekken na het staken van de behandeling weer terugkomen, zelfs wanneer de psoriasis na intensieve behandeling geheel verdwenen is. Gemiddeld is dat na een half jaar, maar bij iets meer dan 10% treedt de verergering al heel snel op. Nog geen 5% van de mensen blijft na behandeling gedurende 5 jaar of langer vrij van psoriasisplekken. In ernstige gevallen kan de psoriasis vaak wel langdurig onderdrukt worden met bepaalde behandelingen.

De vooruitzichten lijken wat slechter te zijn bij mensen die psoriasis op jonge leeftijd hebben ontwikkeld en wanneer psoriasis ook in de familie voorkomt. De prognose bij psoriasis guttata is over het algemeen beter dan die bij plaque psoriasis. Een aanval van psoriasis guttata zal in ongeveer 2/3 van de gevallen spontaan genezen.
Psoriasis is zelden een gevaarlijke ziekte. Uitzonderingen daarop zijn psoriasis erytrodermie en de uitgebreide pustuleuze vormen van psoriasis (psoriasis pustulosa), terwijl artritis psoriatica tot ernstige ziekteverschijnselen aanleiding kan geven. Ook geven sommige behandelingen incidenteel aanleiding tot bijwerkingen die de gezondheid kunnen bedreigen.

Deze tekst is een uitgave van de Nederlandse Vereniging voor Dermatologie en Venereologie

Bron: Nederlandse Vereniging voor Dermatologie en Venereologie

Wist je dat?

bevolkingsonderzoek darmkankerHet bevolkingsonderzoek naar darmkanker kan helpen bij een vroege diagnose van darmkanker? Dit is normaal gesproken moeilijk, omdat je in de beginfase van deze ziekte vaak geen merkbare klachten hebt en dus niet naar de arts gaat voor een onderzoek. Bij een vroege opsporing van darmkanker is de behandeling veelal minder zwaar. Wat het bevolkingsonderzoek precies inhoudt en wie ervoor in aanmerking komt, lees je in het dossier Bevolkingsonderzoek naar darmkanker op Gezondheidsplein.

Wist je dat?

Staar

Tijdens een staaroperatie de oogarts je troebele lens vervangt door een nieuwe heldere kunstlens? Het troebel worden van de ooglens wordt in de meeste gevallen veroorzaakt door ouderdom, maar het kan ook aangeboren zijn of door een ziekte ontstaan (zoals suikerziekte). Er wordt altijd maar één oog per keer behandeld, zodat je nog steeds kunt zien met het andere oog en je de dagelijkse dingen kunt blijven doen.

Lees meer over staar en een staaroperatie.